This is a digital copy of a book that was preserved for generations on library shelves bef ore it was carefully scanned by Google as part of a project
to make the world's books discoverable online.
It has survived long enough for the copyright to expire and the book to enter the public domain. A public domain book is one that was never subject
to copyright or whose legal copyright term has expired. Whether a book is in the public domain may vary country to country. Public domain books
are our gateways to the past, representing a wealth of history, culture and knowledge that 's often difficult to discover.
Marks, notations and other marginalia present in the original volume will appear in this file - a reminder of this book's long journey from the
publisher to a library and finally to you.
Usage guidelines
Google is proud to partner with libraries to digitize public domain materials and make them widely accessible. Public domain books belong to the
public and we are merely their custodians. Nevertheless, this work is expensive, so in order to keep providing this resource, we have taken steps to
prevent abuse by commercial parties, including placing technical restrictions on automated querying.
We also ask that you:
+ Make non- commercial use of the files We designed Google Book Search for use by individuals, and we request that you use these files for
personal, non-commercial purposes.
+ Refrainfrom automated querying Do not send automated queries of any sort to Google's system: If you are conducting research on machine
translation, optical character recognition or other areas where access to a large amount of text is helpful, please contact us. We encourage the
use of public domain materials for these purposes and may be able to help.
+ Maintain attribution The Google "watermark" you see on each file is essential for informing people about this project and helping them find
additional materials through Google Book Search. Please do not remove it.
+ Keep it legal Whatever your use, remember that you are responsible for ensuring that what you are doing is legal. Do not assume that just
because we believe a book is in the public domain for users in the United States, that the work is also in the public domain for users in other
countries. Whether a book is still in copyright varies from country to country, and we can't offer guidance on whether any specific use of
any specific book is allowed. Please do not assume that a book's appearance in Google Book Search means it can be used in any manner
any where in the world. Copyright infringement liability can be quite severe.
About Google Book Search
Google's mission is to organize the world's Information and to make it universally accessible and useful. Google Book Search helps readers
discover the world's books while helping authors and publishers reach new audiences. You can search through the full text of this book on the web
at http : //books . google . com/|
Digitized by
Google
o^<5^i^V//A
löarbarïi (Kollese i-tbrarg
BOUGHT WITH INCOME
PROM THS BSqyKST OF
HENRY LILLIE PIERCE,
OF BOSTON.
Under a vote of the President and Fellows,
October 24, 189S.
"SjJr. Ifoi.
Digitized by
Google
Digitized by CjOOQIC
Digitized by CjOOQIC
BIJDRAGE TOT DE TEKSTCRITIEK
KARBL BNDB ELEGAST.
Digitized by CjOÖQ IC
Digitized by CjOOQIC
o
VAN DEN
ÜEÏLÜBÜLmST
DOOR
D^ J. BERGSMA.
TE GRONINGEN BIJ J. B. WOLTERS , 1890.
Digitized by CjOOQIC
^^(oj.fo
rAjLTUUL VVVWoL
Stoomdrukkerij van J. B. Wolters.
Digitized by CjOOQ IC
AAN
PROP. DR. B. SU MO NS.
Digitized by CjOOQIC
Digitized by
Google
BERICHT.
Mijn oorspronkelijk plan den Karel ende Elegast opnieuw
uit te geven heb ik laten varen y toen ik vernam^ dat een
ander reeds geruimen tijd daarmede bezig is.
Op één punt, nL het dialect, waarin onze MnL roman is
geschreven {vgl, de tweede noot op bl, 51), kom ik terug in
eene studie over het Leven van Jezus, die binnenkort gereed
kan zijn.
Ik betuig mijn hartelijken dank aan allen, die de kost-
bare handschriften en drukken voor mij beschikbcuir stelden.
Helaas is onder het bewerken dezer bladzijden niet alleen
Dr. CAMPBELL, maar ook reeds Dr. pen on overleden,
y^Omnes eodem cogimur . . . ."
Groningen, Mei 1890. j. b.
Digitized by
Google
Digitized by CjOOQIC
DE TEKSTEN.
Van het Middelnederlandsche gedicht Karel ende EUgast
bestaan
i** drie fragmentarische handschriften:
H^ bevattende de verzen 473—669, 753 — 793 en gedeeltelijk
670-744;
M^ volgens mone, Anzeiger IV, bl. 332, bevattende vs. i — 174,
«n gedeeltelijk 1254— 1297, 1392 — 1414;
Ny „deux fragments mss., conservés è, la Bibliothèque de la
ville de Namur/' tellende naar bormans, BulL de VAcad,
Royale de Belg,, II Sér., T. 36, p. 220, 128 verzen en wel
vs. 130— 19S en 903—965;
2^ eene volledige Middelduitsche vertaling K, uitgegeven door
VON KELLER in den Karltneinet ;
3^ de volgende afdrukken:
Ay die historie van coninck Karel ende van Elegast.
By een schone ende ghenuechlike historie van den groten
koninck Karel ende den ridder Elegast.
C. Hier begint een genoechelike hystorie van den edelen
•coninck Karel van Vranckerijck ende van den vromen ridder
Elegast. Gheprent tantwerpen bij mij Govaert Bac.
D. Coninck Karel ende Elegast een schone ghenuechlijcke
historie om te lesen. Gheprent TAntwerpen bi mi Henrick Eckert
van Homberch.
BERGSMA, Karel ende Elegast. I
Digitized by
Google
E, Coninck Karel ende Elegast een schone ende ghenoechlijcke
historie om te lesen. Gheprint Thantwerpen op die Lombaerde
veste in den Witten Hasewint fcij iriij Jan van Ghelen.
Over deze teksten zie men Dr. j. te winkel, Gesch.
der Ned. Lett, bl. ii8, waar echter NCDE ontbre-
ken; vooral Dr. penon's InL^ bl. vi, op zijn verbeterden
herdruk van jonckbloet*s Carel ende Elegast in Ned,
Dicht' en Prozawerken I, waar evenwel ND E niet
worden vermeld; en petit, Bibliographie der MnL Taai-
en Letter k,y no. 428, waar intusschen D en E niet
zijn genoemd. Over ABC handelt campbell, Annales
971—973. C, aangekocht uit de nalatenschap van Prof.
SERRURE, is sedert in 't bezit van den hertog van Aremberg
te Brussel, D en E bevinden zich eveneens ie Brussel op
de Kon. Bibl.
Van Hj My A en B is de lezing medegedeeld door Prof. jonck-
BLOET in zijne uitgave. Omdat zijne opgaven niet geheel juist zijn ^
vermeld ik hier de afwijkingen;
i^ van If: Vs. 473 heeft Dat,.,, 474 En es mi, 481 Et,
486 op den, 489 segt , ghenert , 493 sals , 497 sijt , 500
moet ick^), 505, 609, 787 Karel, 505 uyt , 509 twelve,
510 moet, 512 In s. gheynen, 513 sijnre pinen, 514 of,
516 niemant , 518 Abten, 519 rike , 527 menich (waar-
schijnlijk ook 477), 532 voren, 533 gheheil, 534 ontfan-
gen{?), deil, 537 gi heit, 538 Uit, 539 suiker ij), 541
ghematenij), 544 Doe pens de d, c, 548 opt , , de , 554
gheleyde, 556 seggen, 558 goets soe^) v. gestolen, 563
alle, 566 Eyst, $6^ Gheheiten , S^o oec , $^6 mijn onibx, ,
weit, 577 sinen, 578 minen, 580 gheleit(J), 581 Om
1) ^ heeft ook ick 480, 503, 516, 565, 567, 573, 585, 601, 610, 621»
624, 626, 637, 755.
*) soe m pi. van so staat ook 482, 511, 543, 611, 630, 637.
Digitized by
Google
3
eyne s,, 582 ghereit^ 583 en 584 staan in omgekeerde
volgorde, 584 eyne^ 589 eyn deily 590 leecht , . eyn,
S91 Daer kt mi d,, 599 wir, 601 deilen^ 604 segt ^
606 der^ 612, 665 luttel i 615 leecht ^ 616 seecht, 627,
657 heere, 628, 658 ^^r^, 635 keereUy 638 ^^^«, 641
ghepens y 643 of,.leedeny 644 beeden, 649 /Vzyr, 650
^V j'<f/ /. scerney 651 Eggerijc . . Eggermonde y 656
bracht y 662 i^«, 664 -^/ ^<2///// /. negheeney 666 sineUy
667 ^ryj/, 669 gescepen'y van 670—709 staat nog het
begin, van 709—744 min of meer duidelijk het einde.
Het begin is als van -<4 in 670 — *2, 674-^7, 679, 681 — '4,
687— '91, 693— '7, 698—700, 703— 's > 707— *9; als van
K in 673, 678, 692 en luidt in vs. 680 Doe b.y 685
Ende p,y 686 Datte.y 698 SpraCy 701 A>è, 702 Het
w,y 706 /« q.; de verzen 715 — '6, 721— '2 en 735-^*6
schijnen te ontbreken; 753 soude, 757 quaniy 759 ^<c?^A/,
760 /<?;^/, 761 dellen y 762 ^/W, 763 behendechede , 765
^j« cruyt . . ^j;«^, 767 monde j 768 ver stonde , 769 crayeny
771 eynen , , eynen , 779 /^, 786 a/w/^ «. o^iV, 791 ^/^öj/
O'^^ 792* 6*^^ ^« /V uw ghelove niet vast. De vier vol-
gende verzen ontbreken en 793 heeft Hi stac d. c. in
sinen mont,
2® Het fragment in My uitgegeven door mone t. a. p., is sedert
1879 verloren. Prof. guesnon, toen bibliothecaris teArras, heeft
de eerste 20 verzen nog eens afgeschreven en leest, in afwijking
van MONE, in vs. 5 opten, ys. 16 hem, vs. 15 en.
3® De afwijkingen van A zijn:
I Fraeye historie y 2 er ontbr. , Mach ie evenals elders
\n Ay ^ stonty 5 Tengelen opy 11 Tenghelem y 1053
tynghelèy 12 op deny 24 v'liest, d. i. verliest, 31, loio,
1027 ofy 32, 257, 262^ neemt y 35 Dit, 36 docht . .vreemde y
37, 143, 294, 516, 572, 881, 1210 niemanty 248, 265
nyemanty zoo 1062, 1133, 114^ yemanty 40, 710, 771,
^57* 1352 afty 42 den con.y 47 Met dien woerde y 50,
Digitized by
Google
S^y looj 354. 432, 506, 566, 667, 794*, 1301 /ƒ/, 56,
168 aertrijcke, 63 Dlant ^ 68, 69 totUr^ 150, 1019, 1047
totten ^ 70 nochtans heb ie, 80 mochs , 83, 446 ghepeyns ,
201, 668, 832, loii, 1261 peynsde, %^ gheyns , 85 5^?
vaecte hi een luttelkijn, 86, ^2^daiiiy ^^ Mei deser talen,
116, ^A^dmoettiy 117, 407, 1090, 1260, 1318, 133^ uuter,
uuten, uut, 118, 1168 nieumare , 120 borghen, 12^
duyster, 126 yetnants ^ 129 ȕ// deser , , gereyden , 133
seden, 134 deden, 158 luttel ., hoer, 161 beette , 164
gheluyt, 168, 275, 323, 470, 585, 689, 1151, 1168
tf/j, 169 w^r/, 170 verlossen alle gader, 1^2 wert ,
I73> 199. 278, 298, 308, 554, 783, 855 tf^'«, 379,
II 27 tf^«^, 176 5/ sloegen u dies haddi geere , 178
Ontfinc di, 187 duemsteren, 190 keer ie , i^i gedochten ,
196 /&^«, 200 Dweder , 205, 410, 574, 1118 ^^<?r, 212
^é?r^« tf«Ar/^ />, 228 ^^r^if onbekant, 235 niewers
gedueren, 240, 508, 1309 wildernissen , 242 ondraghen,
249 bisscoppen, 255, 944 steeci , 2^6 op die heyde, 261
Daer hi die, 264 sinen.,is menichfout , 268 woudic ,
281 ^(J7rj, 285 ^^»ï ^» a/dfj, 292 avonturen, 293 zef^^/
fV, 294, 711, 883 //>, 295 tf/t/^« j;<?/, 297 ^/V a/ xa/tfr/
/^^r/ <?«^^ man, 299 en 300 staan in omgekeerde volg-
orde, 303 swarten, 309 sijn, 313 ^« steenen ende
goude, 318 j^^;ï^, 324 had, $2S aldus, $4$ kennen, 350
'^^^^> 354 ^é/^> 355 ^^*<?'' ontbr., 36^ u, 370 z;^<?/. .
langhen, 374 coemt , .miskief, 382 w^/ des er , 383, 388,
678 orssen, i%% gaer , 393 swerte , 405 x^^, 408, 719
gheluyt, 411 scarde, 412 eggen, 419 voor . . hilt , 695,
1315, 1412 voor, 420 hien, 426 swaert, 421 anxtelic , 435
^. w. j". /. ;ï« z/., 446, 527 menichvout, 450 ^<f;z, 451
Heer ,, des, 464 Segt.,segh, 466 ^ifr/, 472 Heer e, 473
ii^rdT^ ^d5^« , 474 besten, 480 dlif» «», 481 dencken , 486
Tgoet, 487 ^fj/j"/, 492 ^» ^« hebdi gheenen, 498 ^/^/<f,
507^ S34> 579> 6öo> i°ï2 ^^^ ^^> 5^^ moetent ,. luden ,
Digitized by
Google
524 brencty 529 om av,, 530 enen sueren, 532 voren,
537 ^^^i 547 hegheerde, 550 poente, 551 //(7(7r, 558,
1356 hehy 567 Ghehieten, 569 clnysn, 572 ghemaken,
581 ///^ /V, 584 hulpe, 586 peerty 592 haddens wijs ,
607 ȕdr^r ontbr., 610 ^^//, 612 mochten luttel d,y 623
ȕ/ ontbr., 635 mochtiy 643 yewers , . leyden , d/^^beyden,
647 Gheerne , , behindichede y 650 Jlf^, d. i. Men, 651
TheggericXy 662 her de y 664 ^«, 665, 693, 1283 luttel y
667 j^/(f«, 671 j^«, 680 beette y 686 Z>/V i$,,ambochty
689 sulcke y 691 volchddey 694 moechdi y 698 w// /V, 699
j^y//, 700 duncty 716 ^(j7r^, 718 ^^<rr orssen, 720 ///>
ontbr., 725 vraechde, 726 tsmeesters y 727 dede,,sulCy
729 beseghen , . sulcken y 738 //(C7^r, 739 ^V<?r «z;^ *), 747
leden, *]^%conic^)y 750 ZT/^^, »]t^2 bracht, *j^t^ brenghen,
756 ghehenghen y 758 onvrameny 761 deylen, 'jó^ behen-
dichede, 765, 794, 813 cruyt , 767 Ende deet b,s, monde,
768 verstonde y 769 craeyen; zoo ook 797 craeyde en Soi
crayt; 772 j'^/^^f, 778, 791 ^//, 778 «« ontbr., 782 ^^-
drogge, 783 hovden, 793* denct , 792 hoort, 793 /«^<?»
w., 802 winde waeyt , 803 /> die coninc niet hier bi , 804
^<?/ ƒ};, 809 ƒ«/ƒ, 815 ^«//^, 816 verlost, 817 ^/ <?«
mochs , 819 dunct, 820 2?a/ /V ^df// A/Vr /<? voren, 822
mijnre weet, 825 coemt y 830 ^^^ « cruyt, 831 ^« ^d5r<?,
837 beheyndichede y 844 yemant hoorde ofy 868, 991 ^,
875 sweerty 876 gheweert , 884 bemaenden . . beswert y
891 Vrouwen list is menichvout , 901 hoorde, 902 ^/V//,
903 brengen voort, 914 valschsche moort , ^\»] aenschijn ,
928 trouwe, 932 weert y 933 ^^«r^ vaerde, 934 paerde,
935 Totten .. ^/<? j^^r^, 941 mochs, 945 breect , 946
Door,, noch door, 949 x^///, 955 al dat , 956 warelt y
959 2?tf/ ^/ ^. ƒ. //(^^?r w. Jd5/è^, 962 hondert y 964 ^^<?r
*) Dit ö2/^ zal eene drukfout zijn voor ö«^, blijkens 783 hovden in pi.
V. honden,
^) Ook ré?«/V is eene drukfout, blijkens 818 r^«fr.
Digitized by
Google
6
het iSy 965 mijnre, 967, 973 heer, 970 mijn, 981, 998,
1203, 1255 antwoerde, 983, 1120 knive, 987 saen, 993
doer, 997 Dlange, 1008, 11 14 tconincs , 1009 buerch,
1016 brenghen selt , 1021, 1127, 1208 moort , 1022 «
woort, 1023 j<f//, iQ^/^ paerden , 1045 deylen, 1051 /(?/
ƒ., \ot^% poorte, 1062, 1168 hoorde, 1092, 1117 quamen,
1093 selen, 1098 s ellen, 1106 duchhen , 11 10 hulpen,
iiii, 1130 poorten, 1119 2'tf«/, 1122 leydse , 1124 ^^-
namen, 1132 leden, 11 34 pallas , 1136 scamen, 1139
lochende, 1148, 1230 lochenen, 11^2 hadt , 1145 Dl^^i^
1149 é?^r//<?, 1150 z/^^r/, 1153 seynde, 1156 her de , 1167
woerde, 11 70 eenich , 11 76 ^^», 1180 j^'/ï, 1189 z/^/<?,
II 90 //^j», 1191, 1308 ^«, 1207 segt , ,brenct voort,
1209 Eggeric die, 12 10 //^^r, 12 11 J<?^/, 12 12 aventuer,
12 14 tontbeerne , 12 17 hoordet , 1220 ^^^r ^/é?^/, 122 i
/ïöj"^ . . /^r iw^«/ , 1226 hanschoe , 1229 «/////<? , 1253 warelt
gheenen, 1253* ^^« <:., 1254 Z^/V, 1256 J^^/ïf/, 1263
onttween, 1266 wert . , an , 126^ luten, 1212 bad . .moest,
1274 reden, 1280 sijn,,had, 1281 coerden, 1284 ^<?r^/,
1286 beette, 1288 //^^r «, 1290 Van .,, misdaden , 1292,
1297 misdaet, 1294 wreed, 1303 door u , 1307 voortan,
1313 sijnder , 131 7 moest, 1325 m/^ a/^r/, 1335 ^rjj^..
aerde, 1336 swaerde, 1339 ^^^"^ ^^ ^34^ ^/ ^'^^^ ^34^
////>/, 1345 j"^«///, 1351 a//7, 1359 ^^'^> 1360 ^<f^r/,
1366 verpertijt , 1380 moetti, 1388 ^. ///V ^^7^^/, 1390 —
1405 ontbreken, 1406 j^^^, 1414 segghet.
Bovendien wordt / na of voor ^ bijna zonder uitzonde-
ring als ƒ geschreven; de volkomen ^ voor «, r, //ge-
regeld door het dubbele letterteeken voorgesteld; de gerekte
^ altijd door ^^ of ^^ aangeduid; voor den toonloozen
klinker in waerdich, menich, menige, heylighe niet ^,
maar steeds / gevonden ; — als gutturale media vindt men
doorgaans ^, zelden ^^; in plaats van j^ overal sch; na
/, n, r of klinkers gewoonlijk ck voor tegenw. k; — de
Digitized by
Google
koning heet Karel, nooit Carel; de werkwoordsvonn is
hoogst zelden es ^ geregeld is; bij uitzondering ƒ«/, overal
elders sel; het voorzetsel mei bijna altijd mit; het voeg-
woord noch heet nergens no; doerty bijwoord, staat vs.
165, 197, 319 > ZZ^y 695, 751, 787, 958; in plaats van
stère vindt men stjnre: 245, 253, 257, 328, 513, 1025,
II 10, 1175, 13B6; mer, niet niaer, komt voor 243, 248,
322, 511, 516, 800, 816, 1187, 1201.
4® HoFFMANN*s opgaven van B zijn niet zoo onvolledig, als
j. ') en Dr. penon, In/, bl. VI, vermoedden. Hier volgt eene
opgave der afwijkingen:
Vs. I vrayy 3 av onstonde , 6 Dlani y 8 Hoert y 9 die y
II dary 12 op den, 15, 98, 209, 233, 272 eny 16 in^el
aeny 17 wert y 18 enghels y 24 Cy, 31 jS'w^if vaert y 32,
257, 262 «<f^/f^/, 36 vreemdey 37, 143, 248, 265, 294
niemant y 40 woert y 41 enghely 42 //^« ^^«., 44 /«y/ «,
47 J/lr/ ^/^« woerden y ^^ hemelsche hoghe doctrijn y 56 7>«
^. »/. /. al aertrijcke y 58 /> z/. ^dJz/^, 68 totter , , Den, ^
69 5^^, 70 Nochtans heb ie y 71 Spangieny 72 wanty 85
luttelkijn^ 86 //dJ/ ^/ /^^r, 89 ondaeny 90, 363, 807,
830, 1022, 1026, 1288, 1339 ^> 92» 150^ ioi9> 1047
totten y 95, 129 J/i?/ des er talen y 96 seghene y looweseny
102 ^df// //, 108, 159 mitten schilde y 109 a/x, 11 1
nochtans y 114, 125, 187 duystery 115 Varen stelen onibx, y
117 zalen y 120 borghen steynen y 126 iemans y 12S vreemt
is en onbekanty 130 i?/V ontbr., 136 7 war eny 138 //<?^r
//. pallasy 141 5^* w. , 146 z/?//.^ A/ //(^^r, 147 iSj^», 158
luttel y 160 z/tfj/, 162 ghes loten y 16Z Als , , aertrijke , 169
wordt y 170 verlossen y 172 daerna h. werty 173, 199,
278, 298 df^;^, 178 Ontfinc die h, doer y 180 (j. 179)
*) „HoFFMANN gebruikte dit exemplaar om enkele misslagen van het eerste
te verbeteren, terwijl hij er de varianten uit opteèkende: of dit evenwel
met de meeste volledigheid geschied is, moet ik betwijfelen."
JoNCKBL., Toelichting, bl. 178.
Digitized by
Google
Ende soe, i8i Lazar,^ 183 Woudl , 190 keeric ^ 195 en
196 staan in omgekeerde orde, 200 Dweder ^ 201, 305
peysdey 206 honty 212 Horen ^ 233 en 234 staan in om-
gekeerde orde, 235 niewerSy 236 onthielde y 253 vaerde y
254 neemt ,, paer de y 255 steect y 256 op die y 261 die rijke
ludeny 263 selvery 264 Sijnen , .menie hy 272 2>/> ontbr.,
276 swerty 281 ^(t?rj, 282 ^«//i? ^., 283 DweerSy 284
moeten, 285 ^«//^ ontbr., 297 Tis , ,paert e, m,, 303*
z/tf^r, 304* wtf^r, 310 Z>/> //if, 329 groette y 330 ^<^<r-
moettey 335, 429 Z^öf/ ^/, 343 ^/V;ï ontrijdty 346 j^/r,
347, 421 ^rjj"^, 350 zc/^r/, ^^2 hijen . . haelge y 354, 432,
487 /'^j/, 358 «^^^ j^^, 360, 395, 418 j^^, 365 tf«/-
woerdey 370 //d'/aWi? /^^, 374 Coemter y 383, 388, 678,
718 orsseny 385 stare k, TyZd parcky 398 ^/>//, 403 ^/
///V, 407 //«j//, 408, 719 gheluyt y 410 hoefde y /^ii scaer-
den, 412 scarp , , zwaerden eggen, 414 <?ƒ, 420 hijeny
437 ijdelder y *44o /;ï/ z'^//, ^442 /^«, 444 konde y 464
Segt,,segy 466 ^<?r/, 478 /<:/, 493 ^«^<? ontbr., 506^
566 />/, 508 wildernissen y 509 twalefy 511 duechten /.,
512 armen ontbr., 513 /?z/^/, 514 hevet , 524 bringhen,
526 soudicker , ,afy 529 ^»« avontuere y ^^1 sweerdt y 532
voren y 534 /V ^^^, 543 w. ^^^^^ j., 547 beghaerde y 567
Ghehieteny 570 /» dr//^, 579 y^^^ /V^, 581 ///<? /V>è, 582
w^/ (1. a/^// eene dergelijke drukfout komt meer voor,
wochte voor mochtey mivooxwi)y ^%/^HadiCy ^^2 hadden
wijs y 619 mi ontbr., 625 mijnre y 626 coem ick , 629,
^40^ 739 ^ocht , 637 ^^/« ontbr., 638 w^/ ^r^« ontbr.,
646 tracht y 647 en '9 g{h)aerne y 650 ^// . .schaerney
658 //^/, 683 ^^«/V, 684 ^/> p.y 686 -^// es , , ambochte y
698 wellet y 705 antwerde y 711 M/V, 726 Constictsmees-
ters huys y 727 dede,,sulCy 729 sulckeny 749 ^/r, 755
brenghen y 756 gehengheny 759 //(C?^:^/ ^/«, 761 //^-j/i?»
^;ï ƒ., 763 behendichede y 'jó'j £, staect y 768 v er stonde y
786 Maery 794, 813, 819 cruyt y 797 crayde d, h, een
Digitized by
Google
sede, 802 eenetiy 804 tfijy 809 sals , 813 eyschste, 815
Ende ontbr. : Weder om in s, m,, 819 dunct ^ %2o hadde
terstonty 822 mijnre ^ 824 steldiy 825 coemt , 835, 937
^^V«, ^/V«, 844 ^//tf, 856 priseny 871 sulcke ^ 876
gheweerty 891 Vrouwen list is menichfout ^ 898 noemen ^
902 ^/>// /» j^«, 903 j^2//// brenghen voert ^ 904, 1021
ontdaety 914 dbloet y 920 hantschoey 933 j^«r^ vaerde ,
935 Totten.. die seery 936 Al hom tgoety 943 TatV, 952
j^« hoefty 955 d:/ z/^/, 959 Jdf^<?, 961 vroem waery 962
/. hondert y *gj6 dieny 983 ^//, 987 £hi soudt . , saen y
988 eynde, 989 worpen y 997 2?a/ langhe y 999 alle.,
leven y 1009 scheedey 10 10 leede, 1016 brenghen y 1025
moghty 1034 weerdich . . twee paerden y 1035 //iz/r, 1039
Kaerle y 1045 deyleny 1050 /^/ synen y 1061 öT^jrr, 1062
yemanty 1067 ontwake y 1074 2?d5^r seydey loS^ Baynier,
1087 menigheny 1089 /ƒ menie hy 1097 ^//, 1099 Dbloet y
1 1 00 xd:/ ^^^ -£■. , 1 1 04 draggen , mi tsestich , 1 1 1 2 G^.
a/^/ ^. halsberghen any 1139 loechendey 1148 loechenen,
1156 her de y 1167 woerde y 1169 liggheny ii'jóeen, 11 85
ghesinney 1207 brenct voert y 1209 Eggheric diey 12 10
^f^r ^<!?^r niemant y 12 14 tonbaerne y 1220 ^/t?^/, 1231
Uden y 1253 gheeneny 1253* //?« ^., 1260 ghinct mit
Egghericky 1265 tsijnre y 1266 a/^r/, 12<)q alle mijnen y
1292, 1297 misdaety 1308 ^/i wordic y 1^11 eynde .. ghe-
bedeny 1314 j^«j ridders g., 1335 ^r^j^, 1338 Hi seydey
1341 ^/ ^^^; 1360 meert y 1384 ghewichteny 1395 z//V/,
1406 ^dJi^ saecky 1414 segghet.
In pi. van ^«^^ vindt men gewoonlijk ^«; ook is hier-
boven niet opgegeven, dat men geregeld aantreft ^<é?^«,
niet //<è7^/ «^^^, niet no ; ghepeyns qh peynsde ; is; sijnre y
nooit j/Vr<?/ /«^r, zelden maer ; iemant y niemant; altijd
Kar el; dikwijls r>è, öT/, ï^<?, ^^ en hiernaast niet zelden
^// — « wordt gewoonlijk voorgesteld door ^j^; het voor-
zetsel dfö» is geregeld dJ<?«.
Digitized by
Google
DE ONDERLINGE VERHOUDING DER TEKSTEN.
Over de verhouding der teksten tot elkander heeft alleen
Prof. BARTSCH in 1861 zijne meening uitgesproken *). Hij noemt
K „den altesten uns erhaltenen Text." Dit oordeel berust echter
alleen op de vergelijking met A en B^ zooals hij die uit hoff-
mann's editie kende. Van jonckbloet's uitgave van 1859 maakt
hij geen melding; ook M^ hoewel afzonderlijk reeds in 1835
afgedrukt, vergelijkt hij niet en holtrop's mededeeling omtrent
H^) heeft hij waarschijnlijk evenmin gelezen.
Prof. JONCKBLOET, die K nog niet kende , legde na vergelijking
van A en J? ') in 1859 A ten grondslag aan zijne uitgave, maar
gaf „meestal bij verschil van lezing de voorkeur aan de varianten ,
die de ms. fragmenten (van M en IT) hem aanboden *)."
Een volledig en nauwgezet onderzoek naar de verhouding der
verschillende teksten, dat Dr. penon t. a. p. te recht noodig
oordeelde, is dus nog niet ingesteld. Ik wensch dit in de vol-
gende bladzijden te doen en wel zoo, dat men tevens in hoofd-
zaak met alle lezingen bekend wordt.
1) Über Karlmeinet, bl. 388.
*) Alg, Konst' en Lett.bode^ 1840, II, 180.
3) Zie de Toelichting tot zijne uitgave, bl. 179.
*) Uit zijne aant. op vs. 559 schijnt af te leiden , dat joncbl. de lezing
en zelfs de spelling van M voor de oorspronkelijke hield.
Digitized by
Google
11
I. De verhouding van de incunabelen A, By C en de boven
als /? en jF aangeduide tot elkander en tot HMNK,
ABCDE vertoonen overeenkomst op de volgende plaatsen,
waar andere teksten afwijken:
Vs. 28 levens, MK lives, ')
39, 40 {Hi was in menegen ghedockte^
Wie daer die boetscap brochte, MK) ontbr. in ABCDE,
61 mijn lant, MK mijn\s'\ selfs lani.
1*1 Waer om ontbiedet mi dit God?
M Ende waer omme ontbiedet mi God?
K Ind war umb enbut mir got?
89 Voor Heer Coninck heeft MK alleen Coninck,
Na VS. 93 staat nog een vs. : Al hebdijs nu groot ongerief y
dat in MK ontbreekt.
94 Het sal u namaels wesen {worden) lief. Dit vs. luidt in M:
He//en*) meer, dats Godelief, mK: Synt id Gode is leyff,
126 yemants, MK ander\fnans\
140 Noch poerte, MNK No\cK\ dore {dure K),
157 poortier e, MK portenere , N portenare,
165 Doen sat hi in sijn ghereyde. J!/' heeft op in, K up, N
Doe sat hi op sijn ors ghereide.
179 {Ende braect die helle daer naer, NK) ontbreekt.
182 Daer hi lach, NK Die lach,
189 God ende Vader. NK God, gheweldich Vader.
192 henen varen {E gaen), In NK ontbr. henen.
Na vs. 302 herhaalt ABCDE nog weer 285 — '6:
Seghende hi hem ende was in vare (vaer)
Ende waende dat die duvel ware {waer).
Na VS. 414 ontbr. twee vss., die in ^379, 60 — 'i voorkomen,
„imd eine gute Erganzung bilden'* (bartsch , Üter Karlm,, s. 84):
Hey brenget mich in sulche noit ,
Mir en helpe dan got , ich blyven doit,
*) Bij K vermeld ik gewoonlijk de schrijfwijze niet.
2) Zie Prof. de vries, T, en Lb., IV, 56.
Digitized by
Google
12
420 tnanlic, K vil na,
472 Heer[e] antwoerde Elegast. K Here ich keyschen EKgast.
481 veel te lanck, HK al te /.
488 — '9 Nu segghet mi [voert] uwen name
JSnde hoe [dat] ghi u gheneert.
HJi^ Ghi hebt mi gheseit uwe[n] name,
Nu segt mi wies (wes) ghi u ghenert.
492 — '3 hed di [oeck] gheenen toren
Ie sal u so vele [B u wel, C u mede wel, DE u oec wet] b,
HK crijchdijs {kregent irs) niet meer {nummer) toren
Ende ick sels u [al] soe vele berechten,
495 al ontbreekt uit HK: Ende al sonder evelen moet.
496 In [dien] dat ghi my maket vroet,
HK Indien dat ghi dit vor mi (K durch mich) doet,
498 Heere ie hiete {heete[e]) Elegast. HK Here ant worde E.
506 Ie salt segghen al ist [mijn DE] scande. HK Ie salt
u s., enz.
520 Waer {A Daer) iese [al{le) CD] ean betrapen,
H En ean ^hehelpen hare enapen,
K En en kunde neit gehelpen ir knaeffen.
Na VS. 522 heeft H nog: Noeh gheen slot soe vc^t.
Heer sprae Elegast,
en K', Off oueh ir sloss so vast. Her sprae h Eligast,
Deze vss. ontbr. in ABCDE,
524 Ie, H In, K leh en,
536 naeht, HK daeh,
544 Die conine pensde. HK Doe pensde die eonine,
553 Conine tot Elegast. HK Conine her Elegast.
558 so vele goets, HK goets so vele,
560 waerlie komt in HK niet voor.
568 Ik, HK Ende,
575 [^ck] en weet gheenen armen man, H In late gheyn man,
K leh en laissen en geynen man,
580 Ende hebbe gheleyt nauwe laghen, HK E, h, g, menige dage.
Digitized by
Google
13
5 83 Eer emmetmeer \CDE ymmer\ morghen vroe,
UK Ee[r\ emmer quame morghen vroe,
589 Al hadden wijs een [groot] deel. H Mochte wijs hebhen
eyn deyl, K Mocht wirs haven eyn deil.
592 vijf hondert. H xc, K zeyn,
595 — *7> ^^^ ^^ ^^ voorkomen, ontbreken hier.
H Ende hi es qualike hejaecht,
Siet Eiegasty wats u behaecht,
K Ind hey is ouel beiagett,
Seit Eligast: wa id uch behaget,
601 Dan. HK Dat,
609 seide, HK sprac,
612 Het mochten {CDE mochte hem), H Hem mochte, K Eme mag.
624 — 's Ik sel hem [nochtans CDE] al mijn leven
Goet vrient sijn na mijn {mijnre , mijnder) macht
H lek sal hem wesen al mijn leven
Ghestade vrunt na mine macht,
K Ich sal eme al myn leven
Stede vrunt na mynre macht,
627 hi is \een BCD"] gherechtich h, H hi es mijn gher echte h. ,
K id is myn rechte h,
632 Was hi blide, H Pensde hi, K Do dachte hey,
(i2i^ A Hi souder mit eeren sijn daech op leven,
C Hi souder wel sijn daghe af leven,
DE Alle sijn daghen soude hi daer wel af leven ,
B Hi souder sijn daghen wel of leven.
HK Dat hi met eeren mochte leven.
644 tgoet, HK goet,
646 sijn beste er acht {B tracht), H sine macht, K alle s, m,
652 Daer moghen. In HK ontbr. daer,
656 ghebrocht {^hebracht), HK bracht,
657 Ende. HK selve[r],
668 Die coninc pey\n\sde, H Doe pensde die c, K Do dachte
Karlle,
Digitized by
Google
14
669 Na dat, UK Na dien dat.
673 Dus, HK Daer (na),
678 Op haer orssen wel ghestelt, H Luttel , . . , K Eyn wenych
me dan eyn gezelt,
685 Hi. HK Ende,
694 horen. K wunder horen.
698 Elegast sprac. H Sprac E. , K Da sprach E.
758 der onvramen {BC der on vrame y D baer onrame , E dat
onrame). H sine vrame.
765 Die (Hi) was minlic (minnelyc) ende mate. ^)
K ld en was neit cleyne dan maesse.
772 Ende. H Die, K Sy.
*l*l^ Hoe. HK wat.
777 — *^ ^^ ^^^ verraden na mijn ghedochte
Oft mi verleyt [nu BCD] al/s {E also) ghedrochte
{D E öedrochte). Deze beide vss. ontbreken HK.
Voor VS. 792 staan nog twee vss.,
{Mi dunct dat ghi mi saghen telt ,
Waer toe ist goet, dat ghi mi queltf)
die in HK ontbreken.
793 in den mont, HK in sinen mont.
808 heden. K beyde.
904 die valsche {valse hsche, valchê) moort. Het adj. ontbr. in NK.
905 — '6 NK Als e dit die vrouwe hoerde ,
Si antworde na den woerde.
In ABCD{E) ontbr. deze vss.
926 — '7 Daer hi alle die ghene mede {D. hyse alle mede)
Slapen de deende die vrouwe {BCD S. d. die daer waren),
N D. h. mede slapen dede Egg' en sine vrouwe,
K Ind sprach wort da mede he dede
Slaeffen Eckerich ind de vrauwen.
930 ontstal. NK stal.
*) Zie Prof. verdam, Tijdschr., I, 125.
Digitized by
Google
15
93^ Al OM, N om al, K Umh alle,
951 gaen, NK weder gaen,
953 doden, N doei steken ^ K erstechen,
955 NK hebben «iV/, dat in ABCDE ontbreekt.
957 NK Ende ie, In ABCDE ontbr. Ende,
971 — '2 ontbreken. K Ind was ouch in gudem waene.
Nu bin ich leider dis allet ane,
1008 [Want BCDE] iconincs dooi is ghesworen,
K An den de Karlles doii hadde g,
1040 en 105 1 dam (: man). K dan,
1172— -*4. Hiervan hebben ABCDE alleen;
Hiei (ABC hi) ende beval,
1233— *5i ontbreken; vgl. jonckbloet, C, ende El,y bl. 202.
1260 ghinct (A ghinc) mei E. In M K ontbreekt mei,
1262 M Na dai hem g, K Na deme dai eme g, In ABCD
ontbreekt hem,
1327 hi en seide, K hey en saende,
1360 ABC leet .• meeriy DE leyt .• beyi, K leyt .• meii,
1368— '76 luiden in ABCDE-,
Noyi op eenen {DE eenighen) dach
So {DE Also) feilen siriji iusschen hem iween ,
Als si hadden [al AB] in een,
Dai [en\ is {B Dais) loghenegheen (AC Dats l, negeen).
Hiervoor heeft K:
So siarcken siryt up eynen dach,
enz. (Zie K 394, 2) tot
Hey was herizoge alzo voren.
Blijkt uit bovenstaande plaatsen, dat ABCDE groote ver-
wantschap hebben, nog nauwer hangen BC DE te zamen, zooals
kan worden opgemaakt uit de volgende vss.;
BCDE 4 Dai coninc Karel, AMK Dai Karel,
5 Tinghelen al opten Rijn. In AMK ontbr. al,
15 Doen hi \al'\ daer lach ende sliep, AMK Daer die coninc l. e, s.
Digitized by
Google
16
17 — 18 Soe dat die coninc wert in waken (B w, ontwaken)
£i des enghels soete spraken,
AMK So\e'\ dat die coninc ontbrac {K erschrack)
Bi den woorde\n\ die denghel sprac,
26 So sai u evel sijn ghesciet. AMK is,
35 Dit verhoorde aldus die coninc. In AMK ontbr. aldus,
47 Met dien woerden, AMK woerde,
53 Ay hemelsche hoghe doctrijn, In plaats van de beide laatste
woorden hebben AMK drochtijn,
54 Wat noede soude mij nu sijn. In AMK ontbr. nu,
58 — 59 Die [al]so rijck is van have ,
Hi moet mi sijn onderdaen,
AMK: Die so[e] rijc sijn [K sy] van haven y
Sine (A Si) moeten mi sijn onderdaen.
61 Want mijn lant [dat] is [so] groet. AMK Mijn \s selfs'\ lant,.
64 Daer toe Colen op ten Rijn. AM lote Colene (Coelne),
65 Ende tot R. also voort. In A ontbr. also^ J/heeft daarvoor a/.
(>(i Ghelijc den keyser toe behoort. M Als ^ A Alst.
76 Te stelen nu allendich man. In AK ontbr. nu,
84 Ilier {B Haer) ende daer, evenals K, M Har ent ar e ^ A
Hare tale,
89 Heer coninc , so sijdi seer ontdaen. In MAK ontbr. seer^
in HK bovendien Heer,
92 Sprac totten coninc als die wijse. MA coninc doet,
95 Met deser talen voer dinghel van dan. In MAK ontbr. van.
105 Beyde borch (borghen) ende daer toe lant. In MAK
ontbr. daer toe,
109 Als die ghene die niet en heeft. A Als een, KGelich eyme.
111 Dat ware nochtans mijn wille bet. In AMK ontbr. nochtans,
112 Oft dat ie verloren hadde een let, A Dan ie ghevanghen
ben int net ^ Ml,: , , , n ie ghevanghen hen int net, K Dat
ich gevangen wer in eyn vas (: das, /. bas).
114 Te\r'\ duyster nacht [dr/] sonder sparen, AMK Sonder
enich [langer MK] sparen.
Digitized by
Google
17
115 ^ft ^^^^ omme God verwercken. MA Varen stelen oft.
ii8 Sonder sprake ende verhaleit {vertalen E). A Sonder
nieumare ende taUy M 1. : ond , . . . ende tale,
122 Den ridderen ende den y^«^heeren. In AK ontbr. fonc,
M heeft daarvoor hoghen,
127 Moet nu varen in een \ander DE\ lant. In AM ontbr.
nu en ander,
130 Coninc Kar el ende hem cleeden, MNA Die coninc Kar el .
{Karle) ende cleyden,
131 Met sinen dierbaren ghewaden. MNA dieren,
135 Ten bedde al daer hi lach. In AMK ontbr. al,
141 Sy waren teghen hem ontdaen, evenals K, Maar AMN
lezen Sine,
158 Die [seer] luttel wisten dat hier e, AMNK haer her e,
162 Die poerte die ghesloten stoet. AMN besloten,
166 Coninc Karel ende seyde. AN Die coninc,
172 Ende daer na hem wert gheboren. AMN dat,
176 Ende sloeghen u oec {BC harde) seer e, NK dies hadden
si ghere^ A dies haddi geer e,
183 — '5 Woudt verwecken vander doot,
Ende vanden steenen maken broot,
Ende vanden water maectet wijn.
AN 183 heeft Verwecket Here , 184 maket en in 185
ontbr. maectet , evenals bij K, die in vs. 184 machdes y
in 183 Erweckdes leest.
195 — '6 staan in omgekeerde volgorde, vergeleken met ANK,
204 Die den lieden al met liste. In AK ontbr. al,
227 Dat ie hem nam borch ende lant. A J?<f/ö?lf borch ende lant,
K Beyde burge ind stede.
231 Kinderen ende knapen een [groot] ghetal. A Ridders y
serianten een ghetal ^ K R, ind knechte e, guet g,
232 Die ie te samen onterft hebbe al, AK heb onterft al,
234 Ende volghen hem AK Nu volghen si hem ....
249 — '51 Noch bisschoppen noch canoniken,
BERGSMA, Karel ende Elegast, 2
Digitized by
Google
18
Abden {Abttv^ y prioers ofte moniken,
Dekenen ende daer toe papen.
AK Bisscoppen ende canonikeUy
Abden ende moniken (Ebde noch monche),
Dekenen ende papen.
253 Ofte [dü] comen in sijnre vaerde[n]. AK Comensi\Ti€\yDx^
werde (verde).
272 C^»/«^^<jr^/ en [de] heeft verboert. A Die coninc , KKarlle,
274 Ghewapent in der se her (B den selven) ghebaren. A In
der selver, K In der selven,
275 Als een ridder die wil sijn verholen {B Als die rideer
w, s, V.), AK Als die (K hey) riden wil verholen,
277 Swart was \sinen\ helm ende [daertoe] scilt, A helm ende
schilt y K syn helm ind schilt,
279 Sinen halsberch mochtmen diere loven. In ^^ontbr. diere,
287 Om dat hi so swart was over al. A Om dat hi was sa
swart al, K Durch dat hey was so swdrt al.
291 \Ick'\ en sal [niet] vlien AK \IcK\ en vlie,
295 Waer hi van Gods weghen yet. AK \K\alven,
296 Over al en waer hi (H, e, w, o. a.) [so] swart niet, A Hi
en ware so swart niet y K So en were hey s, s, n,
299 — 300 staan in omgekeerde orde.
312 Van \^hé\ steenten lichten {D b line kt en , E blinckende) si
als den dach. A Si verlichten als den dach, K Sy luchten
as der claer d.
313— '4 ontbreken.
316 Die [al] sulcke wapen hevet {hadde) an. A Die s. w. droech
an, K Der s. w. draget an.
325 Hielt doen stille . . . AK hi,
328 Ende sijnre talen oec vermijt. In AK ontbr. oec,
329 — '30 Ende dat hy my [oec] niet en groette {groetede)^
Doen hy my [al] daer ghemoette {ghemoetede),
A Datti mi niet en groete , Doen hi mi ghemoete;
K Ind mich neit engroete, Do hey mir gemote.
Digitized by
Google
19
331 Daer toe om gheen dinc en vraghet. A EndCy K Noch,
337 Teghen den coninc bi verrade, A die ie onirade, K den
ich enirade,
367 Ie en wils {wilt) u niet berechten, A En wistu hoe berechten ,
K Ich en weis is uch we beretchten,
381 — '2 Dat hi (E dié) coninc Kar el was y
Si worpen omme doer dat grc^,
AK Dat hi ware die coninck.
Si worpen omme met descr dinck,
389 Manlyc ginghen si ten swaerde. A vinghen , K greyjffen,
411 Vol van schaerden ende van vlegghen, A Ende ontfin-
gen scarde ende vlegghen ^ K Si intfeyngen scharden ind
vlecken,
415 Sal ie Uden hier {hier liden) In AK ontbr. hier,
422 Tusschen hem beyden was cleynen vrede, A gene vrede y
K geyn op halden,
437 Want ie nu ben ijdelder hande[n]. AK ie ben ydelre,
438 Doen docht den coninc \dat'\ wesen scande. In AK ontbr.
dat wesen,
439 Eenen te slaen die voer hem helt. AK Op eenen {den).
441 In twee stucken al daer ghebroken ; aldaer ontbr. in AK,
449 Sprac die coninc sonder saghe, AK [Do'^ sprac Karel
die coninc,
450 — 'i ontbreken.
453 ^fl ^^^ ^^ ^^^l ^^ wie ghi sijt. AK Hoe ghi hiet of wie
(was) ghi sijt.
485 — '6 ontbreken.
488— '9 Nu segt mi voert uwen name
Ende hoe dat ghi u gheneert
De cursieve woorden ontbreken in A, Over de lezing
van UK zie boven, bl. 12.
491 Ende bi hem selven oec te voren. In AHK ontbr. oec.
495 Ende sonder eenich\^hen\ evel[en] moet. Eenich{ghen) ontbr.
in AHK,
2*
Digitized by
Google
20
499 [^^^] ^^ ^^^^ {wtü) [u] niet langher helen, AHK En
{Iny Ich en) wil {wils, wil is) u (ach K, 1. uch) niet helen,
504 — '5 Ende mi [die coninc] hadde al {al hadde) verdreven
Coninc Karel uut minen lande.
In AHK ontbr. de cursief gedrukte woorden.
507 So heb ie mi daer na onthouden. In AHK ohtbr. daer na,
511 M[a]er so veel duechden {duechten) isser (is daer) an.
AHK hebben alleen vele,
519 Proe\f^sten ende daer toe papen, AHK Dekenen ende
{K off) [rike H'\ papen,
524 Ie sal [da]t bringhen in mijn ghewin. AHK brinct (brenct),
537 — '^2 komen na vs. 593 in AHK,
545 — '6 ^d ^^^ heeft mine bede ghehoert
Ende wil mi beraden voert.
In AHK ontbr. die y en staat in het laatste vs. Nu
moetti {Nu moet hi , Nw wyl en),
563 — '4 ontbreken.
571 Ie stele in alderhande sake[n]. In AH ontbr. in,
582 Hi soude mi wesen wel [on]ghereet = K, maar AH Hi
souts wesen,
585 — *6 ontbreken.
591 Daer mi J//V weghen [«»<?/] sijn kont. A die eyghenoot y H die
jeghendey K id wael,
594— '6 ontbreken.
597 ~ '9 Nu segt mi ridder y oft ghi\t\ te nacht
Wilt wesen gheselle in mijn bejach\t\ ?
Dat wij te hoep sullen bejaghen,
HK Willen wir omme doen onse macht (in A ontbr. dit vs.).
HA Ende {A Laet ons) ghes ellen sijn te nacht y K Ind
synt gesellen up dese n, AHK Dat{Wat)wi\r'\ connen
bejaghen,
604 Ende in wat stede\n\ segt mi [nu] dat. HK Lieve vrient y
A Lieve gheselle,
605— *6 ontbreken.
Digitized by
Google
21
6o7 — *8 Eer ie vare wil ics (ie des) wesen vroet,
Oft ie en volghe u niet eenen voet.
AHK [Maer] ie wil[s] wesen vroet,
£er ie u volghe e)me[n] voet.
6io lek sal[t] u liever berechten dan. In AHK ontbr. liever,
619 Hi seyde: dat moet God verbieden. AHK moet mi God,
636 Behoudelijck tot sijnre eeren, AK [Ungestolen] behouden
sijn[der] eeren,
662 Lant en[de] sant [ende] alle {B menieh) dinek, HK Eyn
(SyrC) her de seone dine y A Her de menieh s, d,
66^ Beyde borghen ende groot leen. AHKboreh {bureh) ende leen.
675 Te stelen Eggherics groten scat; groten ontbr. in AK.
684 So hijt (hi dat) aen die (den) ploeeh daer vant. AK Dat
hi aen die (dem) p. vant.
687 Wie dat graven wil[t] in borghen. AK Die.
689 — '91 Ende suleke dine te hebben voren.
Hi sadt op ende sloeeh met sporen
Sijn ors ende volehde na Elegaste,
AK Suleke dine als hem (hey) bedorste.
Doe sat hi op al sonder vorste
Ende volehde Elegaste.
693 Want hi was een luttel \te'\ voren. AK Die een luttel (en
wenieh) was \zo'\ voren.
695 Als sij quamen voer die veste. AHK Doen.
704 — '5 Het quam al toe bi desen man.
Die coninc antworde hem ter talen.
In AK ontbr. toe en staat na dier in pi. v. hem ter.
711 Elegast seyde: tis (this, het is) mi ^^<r lief. In ^A!' ontbr. oee.
713 lek sal dat eortelie[ken] wel verstaen. AK Dat sal ie
eortelie\hen\ verstaen.
723 Hi braeht tcouter (den c.) voert vander (den) ploeeh. AK
Tcouter [voert] vander (dem) pi.
724 ontbreekt.
727 Ie dede maken daer na sulc een. In AK ontbr. daer na.
Digitized by
Google
22
739 ^^^ ^^ mocht er (daer) niet ^ her aken ane, A Dus was ie
mijns ijser ave, K Alsus wart i, m, y, ane,
746 Elegast wracht {wrochtè) [ende] tvoechde hem bat AK
Elegast voechdeni (vogede vele) bat.
749 Al was hi groot ende daer toe sterck. In AK ontbr. datr toe.
7SS Want hi ontsach AH So sere ontsach hi . . . ,
761 Met hem deylen enidel sijn ghewin. In AHK ontbr. ende,
767 Ende staect (stack dat) binnen sinen monde. AHK deet.
779— *8o Elegast ghinc [0/] daer hi liet
Den coninc en[de] daer hi van hem schiet,
AK Elegast ghinc daer hi den coninc liet
AHK Ter stede daer hi van hem sciet,
801— '2 Gheselle sprac doen Elegast^
{D Ie waende dat ghi coender waert)
Ie wilde ghehanghen sijn aen eenen bast,
A Gheselle wat die hane craeyt , K G, wat gein
hanen krain,
A Ie wilde mijn kele winde waeyt y K Ich wil myn
hoejfft aff laessen slain,
820 Dat ie hadde tersiont [te] voren. AK hier,
822 Bi mijnre (sijnre) wet het dunct mi scande, A Bi mijnre
wet dat mach mi anden,
824 Ende seyde: steldi (steelt ghi) [oec] Adelbrecht, AKover recht.
847 Doen wilde Karel henen rijden. A van danen, K danne.
857 Daer hinghen [aen] hondert scellen groot (goet). AK hanghen.
881— '2 En [de] seyde: Daer en mach nyemant
In comen tsij vrient oft viant,
AK Ende seide: Daer en mach niemant in
Comen sijn \nocK\ meer noch min*
883 Het es [een] ander dinck dat u nu deert. AK Tis ander
d. d. u deert.
892 Sijn sij jonc oft sijn sy oec out. In AK ontbr. oec,
922 Tot [een] (Ten) teeken dat men soude aenscouwen, ANK
Om dat hijt wilde [laten] scouwen.
Digitized by
Google
23
927 — *8 Slapen 4ede die daer waren
En [de] sprack sijn woert sonder vervaren.
A Slapen de de ende die vrouwe y
N Egg^ en sine vrouwe,
K Slaeffen Eckerich ind de vrauwen
AN Ende (Hi) sprac sijn[é] woert mit (mei) trouwe\n\,
930 En\de'\ doen ontstal hem Ekgast. ANK Doen \só\ [ont]stal,
941 — '2 Elegast seide: ten is mijn schuit niet,
Bi [al dat] God [e] [die] hem crucen liet.
ANK E. s. [hi] en mochs (mach) niet,
Bi al dat God [ie] levenide] liet (K hiet).
945 Ten sal [n]u breken nemmermeer. NK Sone hrect si (id),
A Si en breect,
947 — *8 Dies ben ie seker al (al seker) te voren,
Mijn herte heeft (al) so groten toren.
In ANK ontbr. al in 't eerste vs. en begint het tweede :
Si hevet {heeft) [nu] so {Ind hait so),
951 — '2 Dit wilt bewaren, want ie sal gaen
Nu Eggherie sijn hoeft af slaen.
ANK Dit hout [ende] . . ./ Nu ontbr.
961 — '2 Want hi noch vroem waer en[de] al ghesont
Ende hadde wel ghecreghen {ghecr, wel) tien h. p.
AN [Ya] en sidi niet al {gans ende) gesont
Ende hebt wel X C (tien hondert) pont.
963 Daer toe tghereyde daer hi om ghinc {ghi om ghinct),
ANK Ende tg. d. ghi om ghinct,
964 — 's Gheselle sprac hi {Elegast), een ander dine
'Is {Es , Ist, Eest) dat mijnre herten [so seere] deert.
ANK Ay, her e, hets al ander dine
Dat miere (mijnre) herten [sere, ruwen] deert.
967 — '77 Zie j., bl. 100. BCDE stemmen hier in hoofdzaak
overeen A heeft twee verzen minder, die door J. zijn
ingevuld; voor 't overige zijn A tn K vrij gelijk en.
zeer versehillend van BCDE»
Digitized by
Google
24
999 Sï al[le] dat God mi leven liet; mi ontbr. AK.
1007 Ende oec wreken mijnen toren; oec ontbr. AK.
10 10 [Soe\ salt Eggheric vergaen te leyde. AK Gaet mi
{ld gee mir) te lieve of , , , .
102 1— '2 Die (Dese) ontdaet ende grote moert.
Als hi sal hooren u ghetrouwe woert.
AK die {desen) moert; ghetrouwe ontbr.
1032 Om dat ie eens ghecreech ende nam. AK hem eens {hevore),
1034 Dat cume {DE nau) weer die h was twee paerden; naar
AK gedroech.
1037 Dats verloren en[de] teghen spoet. AK pine.
1044 Tot morghen op ten schoonen dach ; schoonen ontbr. in AK,
1054 Sijn herte en was niet sonder riveel. In AK ontbreekt
de ontkenning.
, ^ r. .. wapenXe'X af hadde BC , ,
1063—4 Doen ht stjn ^ / ^^ ^ r^^ ghedaen,
^ ^ -^ wapenen hadde af DE ^ '
So was die wachter daer ghestaen.
AK Hi {Ind) hadde sijn wapen af ghedaen ,
So {Do) was die wachter gestaen.
1067 Doen wert ontwake menich man. A in wake.
1074— * 5 Daer seyde hi hoet met hem staet:
Hoe dat hi wiste wel {DE wel wiste) te voren.
AK Ende seide [id en] hoet . . . , \Ind\ dat hi wiste
wel {K wael wiste).
1080— 'i Om hem al\len\ daer te doen[e] scande,
Ja daer toe te (bé)nemen sijn leven.
In AK ontbr. al\len\ daer en vangt het tweede vs.
aan: Als te nemen.
iioo So sal oec Eggeric als te voren. AK Ende.
1108— *9 Nochtans alle die hadden cracht
Weder daer ende opten Rijn.
A heeft in 't eerste vs. Ende; daer ontbr. AK.
II 10 [&*] wouden \ar\ in sconinx\i\3X'^ sijn. A Woude in sijnre,
II 13 Als Eggherics volck. AK Doen E. liede[n].
Digitized by
Google
25
II 17 Doen sy voert {E doer) quamen in dat hof. In AK oni^i,
voert zoowel als doer.
II 19 Doen vant men , , , , A Men vant ^ K Ind vant.
1120— *2 Witte halsberghe[n] ende [scerpe] knive.
Die ontdaet was al openbaer.
Men leyd[e]se doen ghevanghen daer. In AK ontbr.
endey al, doen,
1124 Tot dat mer (mense) een deel hadde bi namen, A Totdat
mense had benamen,
1126 Cortelic metten (mit ter) [laetsten(r)] scaren. In AK YoxsA.
Cortelic niet voor.
II 28 Doen hi ghe stelt was te voet. A g hebeet,
1134 Men leyden[e] voert in dat palas. In AK ontbr. voert,
1 138 Maer hi en wilder niet af horen. In AK ontbr. de gecur-
siveerde woorden.
1139— *4o Hi loechende al\le'\ die ondaet,
Ende seyde: heer e hebt beteren (DE goeden) raet.
In AK ontbr. fl5/[/^] en staat verder heer e coninc,
1144— '5 Noch oec [mede] gheen baroen[e],
Die mi dorste staen te staden,
AK Noch \en\ geen uwer baroene
Die mi op dorste staden (Dat ir mir doerst dat
up geven),
1146 Dat ie \u\ soude hebben, A Dat ie u hadde,
1153 Ende sende (seinde, sant) boden na, A om, K na,
1161 letten, A lieten,
1186 die, AK dat,
1192 gaen, AK Jianghen,
1287 Op die knien in sijngh,, evenals K, maar AM in kniengh,
1336 ghinck, A vinc,
1338 Hi seide spraek. AK Ende seide (spraeh).
Voor andere plaatsen zie men nog bl. 27 — '9.
Bovendien bevatten BC DE aan het slot een blad proza, dat
elders niet voorkomt:
Digitized by
Google
26
„VAN CONINC KARELS LEVEN ENDE DUECHT.
„Item dese voirscreven coninc Kaerle leefde int jaer [ons
heren] VII C en VI '). Ende [hi] ontfinc sijn[e] coninclike crone
tot Avion[en] *). Ende nae dat hi XXXIII ') jaer die crone van
Vranckerijck gheregeert hadde (hadde gheregiert). So was hi die
ierste der coninghen van Vranckerijcke , die keyser [van Romen]
werdt, daer hi regneerde (ED dwelck hi was) XIII jaer. Men
hiet hem oock Kaerle die grote om [de] grootheyt der (van)
deuchden die God doer hem wrocht [e]. In sinen tiden [so]
leefde[n] Tulpin[us] aerts[ch] bisscop te (van) Riemen, die
vrome [n] Roelant, die stoute Ogier, ende de[n] schone [n]
Olivier. Van welcken heren grote [ende] schone historiën bescreven
sijn. [Coninc] Karolus (Karel) was schoon[e] van lichaem, maer
wreet van ghesichte. Dye lancheit sijns lichaems*), was VIII
sijnre *) voeten lanck, die seer lanc waren. In sijn nederlijf was
hij seer breet ende sinen buyc was bequame. Hij was grof van
armen ende [van] beenen [ende] hi was die alder cloecste [ende]
besoch[ts]te ridder ende {E daertoe ooc) die alder stercste in[t]
harnas[ch] ende in wapenen. Sijn aensicht was lanc een palme
ende een halve •), sijnen baert was lanc eenen voet ^), sijn nase ')
was lanc een halve voet *), sijn voerhoefl: was lanc eenen voet ,
sijn oghen als der leeuwen voncken. So wien hi met opgeslaghen
oghen aensach, die wert ter stont *®) \BC seer] vervaert. Hi was
oec \BC seer] milde in gaven, rechtvaerdich in sijn ordeel ende
verstandel in sijn woerden. Ende in sijnen tijden hadden die
heydenen die heylighe stad van Jherusalem \BC in] ghewonnen
ende den pat[r]iarc[h] verdreven. Doen screef die patriarc[h]
aen Constantijn den keyser van Constantinopolen dat hij hem te
1) CVICendeVI, Z>^MCCCendeVI. ») ^Avinioen. s) Z>^XXX.
*) DE van sijn lichaem. *) DE van sine. •) DE anderhalf palm.
^) DE eenen voet lanck. *) DE nose. *) DE eenen halven voet
lanck. 10) D£ yan hem in pi, v. ter stont.
Digitized by
Google
27
hulpe[n] comen wilde *). Als [o] Constantijn den brief ghelesen
hadde, [so] was hi bedocht, dat hi hem niet weder en soude
moghen bringhen int heilighe lant overmits groote macht der
heydenen. So dochte hi in hem selven*), dat hij scriven woude
aen Karel den coninc van Vrancrijc \JBCD om hem te hulpen
te comen], twelc [coninc] Karel ter stont dede ende \JBCD reysde
mit groten volke tot ten keyser ende] verdreef die heydenen.
Oec was hi die ghene die Galiss[i]en wan[t] ') ende [hi] bekeerde
[dat] totten kersten ghelove. Ende hij regneerde XLVII jaer.
Ende [hi] sterf *) salichlijc. Ende [hij] leyt begraven tot Aken
in onser \E liever] Vrouwen kercke.
Hier eyndet die historie van den edelen coninc Karel ende
den vromen ridder Elegast."
Eene nog nauwere verwantschap bemerken we tusschen JB en
C in de volgende verzen. BC heeft in vs.
30 Nu wilt wachten u daer of. DE wilt u wachten ^ AM
verwacht u,
49 Als die vervaert was ende vereent, A Als die seere was
vereent ^ DE Als die hem vervaert ende vervreemt,
56 Ten es man in al aertrijcke. AM En is man , DE Ten is
gheen man,
259 fatelment, AD facelment , E favelment,
316 Die sulke wapene hadde an. A droech, DE hevet,
424 Eenen slach ende sloech so seere. A Ende sloech enen
slach so seere , DE Eenen slach alsoe seere. K heeft Ind
sloge en also sere.
509 Daer sij twalef altoes hi leven, In AH ontbr. altoes y
DE luidt: Daer si onder haer {hem) twalef (twaleven)
bi leven.
557 hulpen, AD E helpt ^ H holp.
1) E soude te hulpe comen. ^) DE Soe quam in sinen sin. ') E Oec
wan hi G. *) C starft.
Digitized by
Google
28
59© Die scat die le5rt in een casteel. In ADEH ontbr. die,
680 Die coninc bode neder saeh. -^ heette, DE duycte,
1080 — 'i Om hem al daer te doene scande,
Ja ^^r toe te nemen sijn leven.
In A ontbr. a/ ^^r en daer toe, DE heeft allen in
pi. van a/ daer en benemen in pi. van /^ nemen^
1083 Dat hi behouden tnochte (C mach) sijn eere. -42?-ff behoude,
1144 Noch 00c ȕ^//if gheen baroene. In ADEK ontbr. /w<r//^.
Na 1390 heeft BC nog een vs. Dus ist al besere {C bij seere),
dat elders ontbreekt.
Aan den anderen kant neemt men nauweren samenhang waar
tusschen C, D en E, zooals kan blijken uit CDE:
3 — 4 morden stonde(n): slapen soude. Alle andere teksten:
avontstonde : slapen begonde.
17 Soe dat die coninc wert (wort) in waken, AM ontbrac y
B wert ontwaken,
23 Die in hemelrike is een heere. Een ontbr. ABM,
27 Ghi sulter (sult daer) om [me] moeten sterven. In ABM
ontbr. moeten,
47 Met dien woerden doen sweech hi. In ABM ontbr. doen,
116 Nu so moet hi hem ghestercken. ABM hi mi,
127 Moet \BCDE nu] varen in een ander lant. Ander ontbr.
ABM.
138 [So DE'\ ghinc hi /i<3r<?r doer dat palas. AB MN daer onthx,
139 Ten (Het en) was doere noch slot so goet. AB slot n, dore.
196 Dat niet verre en stont daer van, A van daen, B van dan,
212 Haerlieder anxt is dicwils groot. AB Horen a. i. dicke g.
228 Des was ie onbecant, AB her de onbecant,
275 Als een ridder die wil sijn verholen. A die riden wil,
B die rideer wil sijn,
385 C Haer speren waren beyde so sterck, DEbeyde haer speren
waren so sterck. In A ontbr. beyde so , in B daarvoor
groot ende.
Digitized by
Google
29
492 Van mi en hebdijs oec gheenen toren. In de andere t. ont-
breekt oec.
588 Ghi en soudt ons niet verjonnen. ABH God,
634 Goede jonste droech ende hadden lief. A Goei gonsiey B
Goet jonde y H Goets onste,
742 Elegast sprac : het is genoech, AB is goet ghenoech,
857 Daer hinghen hondert sceilengoet, ABD hinghen {A hanghen)
an hondert s, groot,
945 Ten (Het en) sal u breken, B Ten sal nu breken ^ A Si
en breect y JV Sone brect si,
*973 Ende hem. Het in B voorkomende wilt ontbr.
*974 sal vertellen, U (in B) ontbr.
*97S — *6 Als coninck Karel dit verstaet.
Wist hi wel dat was goeden raet,
B verstoet: die raet was goet,
1204 C Sijt willecome Elegast in mijn hof. DE Elegast sijt
w. i. m. h. In AB ontbr. Elegast,
*i37o Als si hadden in een, AB al in een.
Nog grooter verwantschap bestaat tusschen D tn E, D tn E
kenmerken zich door omzetting in vs.:
7 Keyser was hi ende coninck mede.
30 Nu wilt u wachten daer of.
*39 Slapende waende hi dat hebben ghehoort.
119 Ende dat mi ghecost ware opten Rijn.
296 Overal en waer hi so swart niet.
301 Dat mi dese niet en scheynde.
378 Niet en woude hijs voeren onghedect.
385 Beyde haer speren waren so sterck.
392 Dat men wel mocht gaen een mile.
397 Den swarten sloech hi op den schilt.
414 Ter wapen[en] is dese goet.
474 Het en is mi niet ten besten vergaen.
523 Weet ick daer goet te crijghen in.
Digitized by
Google
30
631 Als die coninck dit verstoet.
637— 'S Goets so vele soude hi hem geven
Alle sijn daghen soude hi daer wel af leven.
655 Den menighen heeft hi oeck verraden.
665 Luttel mocht hem [dat E] deren.
962 Ende hadde ghecreghen wel X h. p.
1020 Dan vertellet hem eade ontb.
1075 Hoe dat hi wel wiste te voren.
1087 Dat den menighen sal costen sijn leven.
II 99 Als Elegast dit hadde gh.
1204 Elegast sijt willecome in mijn hof.
12 14 Dat en staet mi niet te ontb.
12 16 Dat Eggheric u doot heeft ghesworen.
1409 Doen gaf hem die c. Eggh. wijf.
door invoeging: vs. 1^ te (draghen), 24 u (lijf), 27 moeten
(sterven), 2f^ (hem) sijn^ *4o hi en (hielt), 42 tot (ten), 44 dat
(bevelen), 45 hi (ontbiedet u) dat ^ 46 so (hebdi), 51 me (quelt),
55 0/ (so), 56 gheen (man), 57 hi is (coninck), 58 al (so),
97 groten (wonder), 100 een (dief), 107 dat (ick), 117 //0/ (ick),
119 dat (mi), 124 nu (wesen), 125 nu (tot), 127 ander (lant),
138 So (ghinc), 158 seer (luttel), 160 al\le'\ (vast), 175 (een)
scherpe y stercke (E), 177 ö/^/^r (bitterste, jE" bitterlijkste), 213 j*^
(en), 214 eenighen (man), 234 /'« (alder, -^al doer), 2^0 oeck {^Xi)y
253 die (comen), 273 (Hoe)//ö/, 277 sinen (helm), 285 iS^(seghende),
291 Ick (en), 297 harnasch (peert), 307 hi (heeft), 317 al
(sulcken), 319 malcanderen (te\ 361 (wie) dat y 365 daer (die),
403 ende (op), 408 een (groot), 416 (mi) des y 435 (ie mi) nu y
438 dat (wesen), 453 (wie) daty 475 mijn (goet), 482 Want
(mijn), 484 ^S"^ (was), 499 Ick (en), 575 Ick (en), 592 (wi) dies y
*6oo Dat (sullen), 635 Doen (peysde hi), 639 (oft) sondery 644
dat (goet), 682 uut (vercoren), 750 al (sulcken), 789 al (hier),
806 volgt op 801, 827 het (is), 836 grooter (sorghen), 841 Die
(sloten), 844 dat (hoorde), 922 een (teeken), 948 al (so), *972
Want (Egg.), 994 daer (mede), 998 hem (ghereet), loio Soe
Digitized by
Google
31
(salt Eggh. vergaen BC), 1013 noch ver (beteren), 1018 (nu)
hier (in), 1026 alle (u tijden), 1028 ^/ (soe>, 1031 al (so), 1062
{lal (hoorde), 1074 (hoe) dal, 11 10 St (wouden) al, 11 16 si
(lietense), 11 29 (waende) Ie, 1130 So (sloot), 1131 (als) men,
1143 jEnde (ghi), 1157 hl (vergaf), 1159 (Eggherijck) van
f^ghermonde, E Van Egghermonde (Eggherijck), 1166 Dal
(seyden), 11 77 gheen (ander), 11 78 (Dan) dal, 1181 at
(metter), 1189 die (veel), 11 96 van (der), 1198 sonder (noot),
1208 groole (moort), 12 13 seer (gheerne), 121 7 dal (segghen),
1258 van (eenen), 1266 Al (dus), 1268 al (sijn), 1276 (seyde)
hem, 1295 grole (sonden), 1308 (noch) en, 1312 So (seghende),
1315 (Ende) hi, 1327 (noch) hi, 1330 melnijl{p^), t $$6 lol (ten),
1339 schoone (paart), 1343 (Het is) al (so), 1352 ende eere (aen),
1355 Ende (laet), 1357 (Dan) dal, 1360 al (so), 1365 weder
(eenen), 1366 (na) die, 1369 Al (so), 1383 (hadde) in sijn hanl,
1389 al (so), 1393 al (soe), 1396 aen (sach), 1398 allen (rechte),
1401 wel (helpen», 1405 Hem (ende), 14 13 God idie);
door uitlating van, vs. 159, was , 161 coninc , 226 nu, 228
her de, 431 doen, 436 niel , 494 enlde^, 525 onder, 669 daer,
699 seil hi, 730 doer, 752 al, 792 nu, 804 Karel , 843 daer
hi lach, 858 al, 982 j^, 1070 hem, 109 1 menich (sergant),
1092 hier, 1103 ^//<?, 1120 scerpe (knijven), 11 43 ooc , 1146 «^,
1172 hi, 1254 «/, 1257 en, 1258 ï/ö« (eenen), 1272 dal hi,
1295 ȕ//
door andere wijzigingen aan te brengen in de volgende vss. , waar
DE lezen: vs. i — 2 Dil is een schoon hislorie ende waer
Die ie vertellen salhoorl daer {E hier) naer,
49 zie bl. 27, 61 Want mijn lanl \p dal] is gr ooi, 62
mijn ghenoot, 84 Hier en daer, 93 hebdy dies, 165 Doen
sach hi, 168 op aertrijcke , 178 voer onsen nool , 185 maecte
wijn, 203 ick die wisle, 208 wal si verbueren , 223 DcU
hi, 278 sinen hals, 280 sinen wapenrock , 281 dal ors ,
283 dal woude, 286 meynde , 291 z'^^r desen, *304 meynde ,
305 j^^rt?<? ^/, 319 ghemoele, 320 groele , 329 : '30 groelede:
Digitized by
Google
32
ghemoeiedey 359 dier metu^ 2f^\ lek en wilt u y ^66 aiU menich
dincky 385 waren so sterck^ 396 tneyndey 415 Sal ie hier lijden
in minen namen y 424 Eenen slaeh alsoe seere y 440 dat swaert y
459 vroe y 463 Z?^tf« spraeky 487 jfiT/ spraeky 493 /iè jö/ « ^^^
w^/ bereehten, 504 — '5 JB"»^^ mi al hadde verdreven Conine
Kar el uut minen lande y 509 Si onder haer twalef {E Si onder
hem twaleven)y 551 moetic ligghen {E legghen), 649 spraeky
662 Lant ende sant alle dineky 680 duyete neder y 687 wilt y
688 Hi moet daer toe besorgheny 694 Verstaet mi wel so
moeehdij\t\ horen y 707 hove dat iek weet y 710 sal dit moeten
staeny 726 tot desen meester y 751 Als si y 758 baer {E dat) on
rame, 769 huylen, 792 ^^^r/ a/df/ spraeky 817 A/ ^« eondety
821 Gheloken tussehen mijn tande y 847 ïe//A/<f Kar el henen
rijden y 866 2?d5/ jE"/., 901 hoort e y ^12 so boude y 917 ^«^<?r ^<?«
bedde boom, 919 lijffelijeken , 933 sijnder vaerdeny 959 -fi"»^-?
j"^^//? éWï a/a/ jtf^tf, 964 G^. s, Elegast een ander dineky 982
meynt ghi dat te ontgaeny 985 Oft soude verstoren aly 986
^hedal {E ghedof)) 992 dien rouwe y looi ^(^j^» naeht y 1002
^/ A^^/, 1022 dijn, 1034 «ö« weert y 1035 «/V/ rtT^:!/ ^/ /»/
saghe y 1038 segghen dat ghi y 1055 Z?ö/ ///> ghene dat w. v.y
1059 z/^/f^ ƒ//>/ a/, 1068 hadde ghesonden any 11 36 2?/>j
moeht hiy 1140 hebt goeden raet y 1143 Ende ghi en sijt niet y
II 50 iV« ^^w^« z^^t?r/ ///> dat beghereny 1156 j^« houdey 1180
Behouden maeh [in D] sijn ecre y 1185 spraeky 1200 So hadde
hijt [seer] gaerne ghewroken , 1 2 1 o z^^^r niemant , 1 2 1 3 spraek ,
1219 dorste vanden, 1225 lijsseliken, 1256 »«. trouweny 1267
<?^« weyniehy 127 1 bereyden, 1286 ^^^^>^ neder y 1287 ^/ ^j/»
knien, 1292 misdaden y 1294 JB"» a'/// « ;//>/ wreken op d. d.y
1297 ^;w ^«j*^ ;w., 1298 Z>ö/ /V ^^^^;ï «/>/ ^« j/<?r7/<? ^^^/ fw^wj
rtf<?/, 1301 /«^*/ï sondeny 1302 z'ö^ hier tegaeny 1^0^ doer dijn
dueehty 1309 «t?^^ /« wouden y 13 15 sijnorSy 132 1 (J. 1^22) sinen
sehilt op die reehte side y 1323 /Vï ji/;^ ^a«/ ^/> jt/., 1324
grooten gheere y 1328 a/a^r/ \niet D'\ sijn ghebede y 1338 spraeky
1341 ^«r/ ^/, 1342 //jf« ors y 1347 5^? j«M ^a« behouden dijn
Digitized by
Google
33
paeri y 1348 E, aniwoerde y 1359 — '60 leyi : heyty 1364 weder
op sijn ghereydcy 1400 Wie dat u dient hi is wijs ende vroet ,
1402 aen di,
In V ontbreken vs. 391, 461 — '2, 724, 1299 — 1300; dezelfde
vss. ontbreken in E, waar verder zijn weggelaten vs. 36, iio,
388, 784 — 933, 1094 en 1255 — 1324. Hieruit kan worden afge-
leid, !• dat i> of ^ niet aan de andere teksten ten grondslag
kunnen gelegen hebben; 2® dat D niet uit E is ontstaan. De
mogelijkheid, dat E bewerkt is naar D, wordt weersproken door
de volgende plaatsen, waar E o.a. wel met C maar niet met D
overeenkomt :
jD 16 hem aenriep, EABC aen hem riep,
97 dat hoorde, EABC dat hi hoerde,
114 al sonder sparen, EBC sonder sparen,
200 Dweder was claer ende daer toe scone. EABC daer
toe ontbreekt.
291 voer desen, EABC doer desen,
326 Wie dat. EABC Wie,
332 DAB quaet jaghet, EC quaet goet j'aget,
393 — *4 snel : snel, E fel : snely ABC snel : fel,
465 soeckende jaghe, ABCE soecke ende jaghe,
490 Bi alle dat mi God. ABCE Bi alle dat God, .
496 I?AB In dien dat, EC In dat,
521 lek neme hemluden haer goet, EABC Ie neme haergoet,
601 Dan ^ic\ideyleny ^^/ sult kiesen. EABC deylen ende ghi.
690 Hi sadt ende sloech met sporen. EABC sa[d]t op.
738 lek en dorste keren doer den lachter. EHCK dorste
niet keeren,
759 Hi en dochte om gheen b. d. EABC hem,
1151 Als die coninck dit verstoet, EC dit wel verstoet,
1130 Slootmen die poorten a/temale. EABC al ontbr.
1102 Sij wapenden haer al metter noot. EABC al ontbr.
1180 Behouden mach in sijn eere. EABC in ontbr.
BERGSMA, Karet ende Elegast. 3
Digitized by
Google
34
D I200 So hadde hijt seer gaeme ghewroken. E ABC seer ontbr.
1207 Dat ghijt segghet ende brenghen voort. EABC brenct.
1406 Daer en helpt gheen sake noch bede. EABC halp,
1036 Noch bi nachte noch oeck bi daghe. EABC oeck ontbr.
1046 lek sal die bode sijn vander sake. EABC die ontbr.
De verhouding van D tot E kan dus wel geen andere wezeo
dan dat ze beide min of meer gewijzigde afdrukken zijn van een
derden tekst, dien we, om de meerdere overeenkomst met D
dan met E, d zullen noemen. De afwijkingen van d hebben we
leeren kennen op bl. 29 — 33. Nu tevens de veranderingen, daarin
aangebracht door Dy zijn medegedeeld, zal ik ook nog vermelden
de afwijkingen van E,
Vs. 14 vermaren, 35 verhoorende y 44 u ontbr., 96 leggheUy
115 verwecken y 118 vertalen y 183 cuyle y 192 gaen (mochte),
194 tot (wout), 211 ander doot y 232 te en hebbe ontbr., 237
om borch daertoe ontbr., 260 favelment y 277 daer toe ontbr.,
312 blinckendey 319 en 330 al ontbr., 346 mocht y 354 bereyt y
364 wil verlaten y 381 Dat die con.y 426 twee ontbr., 459 dat
ontbr., 469 salt «^,471 sijt ontbr., 480 den siny 499 u ontbr.,
520 al ontbr., 534 een ontbr., 537 hoe dat y 538 wie is hiy
545 ^Ü^ ontbr., 562 in grooter noot y 575 weet niet so y 576
mijn ontbr., 626 en ontbr., 743 nu ontbr., 778 also bedroehte y
720 die ontbr., 662 ende ontbr., 664 ^« ontbr., *97i »z/(naket)^
*973 eer (morghen), 997 Dat Elegast lette was y 10 12 op hem
ontbr., 1040 ende ontbr., 1045 met ontbr., 11 17 Doen si doer
quameny 11 26 laetster ontbr., 11 60 hem ontbr., 1167 metten
woerde y 11 70 langher te beyden , 11 90 late hem sieny 12 18
eenich slachy 1325 met ghewapent y 1339 u ontbr., 135 1 te
ontbr., 1380 laten des en strijt.
Welke is de verhouding van d tot C? Dat C niet uit d is
ontstaan, blijkt uit de menigvuldige afwijkingen van DE, Maax
is dan wellicht d gevolgd naar (7?
Digitized by
Google
35
Uit C 3 stonden, tegenover stonde in DEAB ; 33 sidt op
tpaerty t. op u paert in DEB ; 180 swaerlic y t. waer lij eken in
-^jS", waerlike Ny waer lic A; 187 mindernacht , t. middernacht
in 2?^; 223 ^^/ . . ^^w/, t. hi can in ABDE; 259 fatelmenty t.
facelment in ^2?/ 291 jöj/ ;//V/ z///>« , t. salvlien in BDE{A)K *)/
329 bestreden t. beschredeny in -DuS" (bescreden AB); 357 Eer
^i*/ ontrijt van hier, t. ^>i/ w/ ontrijt in ABDE; 423 j/^^^^
;i^^^ ^, t. j"/^^^^ ^ in DEAB ; 477 Bi onghevalle j^ menich
doet, t. d^/j in ABDE; 591 Daer mi die weghen w^/ sijn kont,
t. ABDEy waar a/<?/ ontbr.; *794 Waer toe is goet, t. «/ goet in
ABDE; 937 ^/ en hadde langher daer niet ghestaeny t. Hi
en hadde daer niet langher {AB hadder n, /.) ghestaen in
DEAB ; 962 ghecreghen X hondert pont y t. g. a/^/ ^ ^. /. in
alle andere teksten ; 982 waendi . . ontgaen , t. waendi . . tontgaen
in ^-^, ȕ^>';i/ ^-^/ . . te ontgaen in Z^-fi"/ 1038 segghen dat ghi
doet, t. segghen wat g. d. in ABDE; 1066 voerbaren y t. z/^r-
^ö5r^« in ABDE; 12 17 dj/ //ö^r, t. ^/d^^r in ABDE; 1220 ^d^^r
tbloet , t. -^dJ^r ^/(^<?/ in ABDE; 1222 <?«//^ j^' j/d^^, t. ^«^^ j'/öt^
in ABDE; 1224 ^;ï/j?!? ;2d5/« goom y t. ^«//<? «d5/« des goom in
Z>^, «a/«j' ^^^w in AB ; 1258 Ie //<?//i? slepen, t. deden {dede
hem) in ABDE; 1338 «« jüj/ /^ doden y t. Jd^/ /^ « doden in
ABDE; 1405 ///> verraders y t. d^//? ///> verraders in BDE;
moet worden besloten, dat niet (7 de grondslag is van //,
maar een tekst, die zeer weinig van C verschilde, en dien we
daarom c zullen noemen. Deze tekst was ook het origineel van
C; hij kenmerkt zich door de afwijkingen, medegedeeld op
bl. 27 — '9.
De nauwe verwantschap van c tot B spreekt uit de plaatsen,
waar BCDE overeenstemden (bl. 15 — 27), waar BC overeen-
1) Vgl. echter vs. 738 : AC EK [lek] en dorste niet keeren , t. BD lek
en dorste keren. Uit de vergelijking dezer beide plaatsen blijkt, dat B^ C
en D in 't gebruik van niet geen regel volgden.
3*
Digitized by
Google
36
kwamen (bl. 27 — '8) en waar hiervóór ^2?i? gelijkluidend bleken
te zijn. De vergelijking der volgende vss. geeft over die verwant-
schap nader licht.
Ac 9 Wat den coninc daer ghevel. B die.
Ac 72 Dat ie selve wan mitter hant. B want.
c 98 Gods gebot ende sijn woerde {A Gods ghebot sine
woerde). B Gods gheboden en sijn woerde.
Ac 39 Hi waendet slapende hebben ghehoort. B al slapende.
Ac 47 Met dien woerde [doen CD'\ sweech hij. B woerden.
Ac 102 Nochtan haddic liever vele. B had tt.
Ac 154 Opt ors datmen mochte loven. B datment.
cMN 145 In vasten (N doeden) slape alst God woude. AB als
God woude.
Ac 175 Sij staken u met eenen spere. B metten.
Ac 2$2 Daer hijse kan betrapen. B kan wel betrapen.
Ac 274 Ghewapent inder selver ghebaren. B in den selven.
Ac 276 Met wapenen swart als colen. B als sijn colen.
Ac 285 Seghende \ht C] hem en\dé\ was in vare. B Segende
hem hi was in vare.
^312 Van ghest eenten lichten {D b line kt en y E blinc kende) si
als den dach. B Van steenten lichten.
Ac 329 \En{de) C] datti mi niet en groette. B Ende dat hij
mij oec niet.
Ac 344 Tc sal (sel) proeven [alle C] sijn cracht. -^ /« sal p.
alle s. c.
Ac 406 Daer en liep {A dranc) doer dat bloet. B Daer en liep
doer dat roode bloet.
Ac 478 Soudict u al maken vroet. B Soude ie u.
Ac 483 Als dit die coninc verstoet. B coninc dus verstoet.
Ac 504 Ende mi die coninc had\de al] verdreven. B Ende mi
hadde al verdreven.
-^^573 ^^^ rijcken oft (A ende) den armen. B noch oec den
armen.
Ac 61^ Van sijnen scatte daer hi leghet. B al daer.
Digitized by
Google
37
Ac 697 Die yewaeri siont (A stoet) opten Rijn. B Als
yewers stoet,
AcJ^6gS Elegast sprack hier wü ick sijn. B willet.
Ac 716 Daer wi moghen crupen duere (dore). B crupen moghen,
Ac 724 Doe stont Elegast ende loech, B Ende hi loech,
Ac 730 Daer men mede (tney) doer s oude pieken, B mede soude
doerpicken,
^^ 73^ \/^^ ^] ^^ dorste niet keer en door den lachter. B Ick
en dorste keer en,
Ac 745 Sij lieten die tale, sij maecten tgat, B een gat,
Ac 797 Echter craeyde die hane ende sede, B een sede,
Ac 805 Gheselle sijdij \dus c'\ vervaert, B dus seere vervaert,
cK 807 Doet u dinghen [of K^ laet ons gaen. A Doet dat ghi
se)rt, laet ons gaen, B Doet u dinghen en laet ons gaen,
Ac 820 , , , , te voren, B voren,
c 824 Ende seyde steldi Adelbrecht, AK over recht y B oec
Adelbrecht,
Ac 883 Het is (Tis) ander dinck dat u [nu C] deert. B Het
is een ander d. d. u nu d.
Ac 887 Slapen binnen drien nachten. B drie,
ACNK 917 Haer aenscijn over tbedde boem. B voir,
Ac 956 Dat die werelt inne hout. B die gansche werelt,
Ac 977 Dat hem God te stelen ontboot, B gheboot,
Ac 1002 Dat ghi hebt so na ghesproken. B so na hebt,
Ac 1009 Eer ie vander borcht {A burch) scheide. B Ende eer
ie vander borch s.
Ac 1082 Dat sij hem goeden raet geven, B goeden raet
wilden g,
c 1098 Sal hem seer moeten weeren, A Wi sellen wel weeren ,
B Sal hem seer m. verweereu.
Ac 1 105 Beyde cleyne ende groot, B ende daer toe groot,
Ac 1112 Ghewapent ende halsberch an, B Ghewapent wel ende
halsberghen an,
Ac II 18 Dedemen haer cleder of, B cleder daer of.
Digitized by
Google
38
Ac 11/^1 Dadi mi lachter onver dient, B laxhter al onver dient,
Ac 1328 Te Gode waert ghee\né\ bede, B gheen ghebede,
Ac T384 Het was sijns gewiekte waert. B ghewichten,
We mogen ongetwijfeld hieruit besluiten, dat c niet uit B is
ontstaan. Dat omgekeerd B op c zou berusten, wordt voldoende
weerlegd door de vele plaatsen, die in CDjS, CD en CE gelijk
bleken te zijn (zie bl. 28 — '9, 33 — '4), terwijl de lezing van B
daarvan afweek. Het resultaat kan daarom geen ander zijn dan
dat -^ en ^ beide zijn gesproten uit een' tekst, die meer over-
eenkomst had met B dan met c en dien we daarom ^zullen
noemen. De veranderingen, die b gebracht heeft in den tekst,
zijn af te leiden uit de plaatsen, waar BCDEy BC tn BDE
als eensluidend zijn vermeld.
De verhouding A : b,
A 2 Mach ik u tellen hoort naer, bMK hoort er naer,
33 Wapent u sit op u paert. bMK u ende sit,
60 Ende te minen diensten staen. bMK dienste,
81 Dat mi God die lachter onste. b den^ M ten (/), K des,
196 Dat niet verre stont van daen ( : man). BK dan,
225 Ik nam hem tlant des was hi heere. bK hi was,
226 Dat mach hem nu wel rouwen seere. bK mi,
229 Ridders serianten een ghetal. b ende knapen, K ind
knechte,
283 Dwers riden doer den woude. bK ghereden.
285 Segende hem en was in vare. Naar^-^.- Seghendi hem ende,
356 Ende jaecht ende roect. b Ende wat ghi jaecht mi en
roect, K Ind wat ir yaget ind \yes ir rocket.
388 Dat dorssen boghen over gaer been. bK Onder Haer,
423 Ende die swarte sloech opten heere. bK Die s,
433 . . . noyt ongheval, b goet ghevaly K geval,
433 Noch nemmermeer en sal, bK hebben (^gekregen) en sal,
435 Waermede sal ie nu verweeren. bK mi.
583 Eer emmermeer morghen vroe. bHK emmer.
Digitized by
Google
39
A 6ii Die coninc heeft so groot een scat. bKH groten,
642 Vraechde Elegaste das. bHK Vraechde hi.
650 Men weet niet ghi segt in scerae. BC En , i)EK lek
eny H In,
654 Het is scade dat gi leeft. bHK hi,
657 Ende oec mede sinen heere. b Ende den coninc ^ HK selve
den coninc,
682 Daer si den wech hadden vercoren. bK hi , , hadde,
692 Na met sporen vaste. bHK Met(ten),
699—700 Nu siet seyti Adelbrecht
Wat dunct u ghedaen te recht,
b Nu siet toe seyt [hi] Adelbrecht
Wat dunct u ghedaen nu alrebest,
K Nw sait, saede hey, her Albrecht
Wat uch duncke gedaen dat best,
712 Sidi een behendich dief bK Sidi nu een b. d.
718 Si bonden hoer orssen snel. bK bonden daer haer,
720 Elegast tree een ijser uut. b trac , K tree ke de,
739 Dus was ie mijns ijser ave, bK ane.
743 Mogen wi daer te punte in geraken. bK nu,
755 Hier buten daer ie u sel brenghen. bHK dat,
781 Ende seide hem wat hi hadde verstaen. bHK seide wat,
S48 Elegast die hiet hem ontbeiden. bK Elegast hiet,
S95 Dat hi des conincs doot h. g. bK haers broeders,
S96 — '7 Ende die te doene waren vercoren
Soude cortelike comen.
bK die dit te doene (K dar zó) w. v. . . . Souden,
S99 Hoe si hieten wie si waren. bK hieien ende wie,
920 In minen rechten hantscoe. bNK sinen,
943 Tis wonder dat mi thert niet en breect. bNK mijn herte,
992 Ghi sout des rouwen ^^^«^j^;/. b wel ghenesen y K schere g,
looi Ten bleve te nacht onghewroken. bK nacht niet,
1020 Vertelt hem, b Vertelt hem daer (dat) {Dan vertellet
hem), K Saget eme dan.
Digitized by
Google
40
^ HOI Desen raet dochten wesen goet. In bK ontbr. wesen,
1114 In. bK Tot {Tó).
111^ poor te, bK poorten,
1125 Eggeric quam ghevaren. b Daer na quam Eggheric
ghevaren, K Eckerich quam her na geferen.
1147 Door yemant dies begaerde. bK Waer daer {daty ouch\
1151 Als die coninc verstoet, bK dit verstoet,
1170 beyden, bK beyde,
1177 Hi en begeerde ander goet. bK gheen ander,
1260 Doen ^hinc met. bMK ghinct,
1408 Dies dancti onsen heere. bMK Dies d, Gode o, h.
Met het oog op het resultaat van bl. 11 — 15 moeten we groote
verwantschap aannemen tusschen ^ en ^.- deze kan echter geene
andere zijn, dan dat ^ en ^ al weder bewerkt zijn naar eenen
tekst, die meer met A dan met b overeenkwam en dien we
daarom a zullen noemen.
Het gevondene kunnen we aldus voorstellen:
A b
B c
C d
D E
II. De verhouding van H, a ^n K is van dien aard, dat
dikwijls H zich nauwer bij K aansluit:
H 485 — '6 Dant al gheweest hadde sijn
Tgoet dat yliet opden Rijn,
K Dan id allet were gewest syn
Dat guet dat vlesset up den Ryn.
A Al haddet al gheweest sijn
Tgoet dat vloyt opten Rijn.
Digitized by
Google
41
H 491 Van mi en crijchdijs niet meer toren, K Van mir en
kregent irs nummer zoren. a ysn mi en Aelfdi ghee-
nen toren.
If 493 £nde ie sels y K Ind ich sal es. a Ik saL
UK 495 Ende al, a Ende,
HK 498 Here aniworde Elegast. a Heere ie heeie E.
520 H En can ghehelpen hare enapen,
K En en kunde neit gehelpen ir knaej^en,
A Daer icse can heirapen,
b Waer icse al\lé\ can beirapen.
Na VS. 520 heeft H nog: Nog gheen slot soe vast
Heer sprac Elegast,
en K: Off ouch ir sloss so vast
Her sprach Eligast,
welke verzen in a ontbreken.
HK 553 Sprac die coninc Heer E, a tot E,
HK 575 man, a armen man,
H 580 Ende hebbe gheleyt menige dage, K Ich haen ge-
legen menchen dage, a Ende hebbe gheleyt nauwe
laghen,
HK 594 — 600 stemmen overeen, terwijl a geheel anders is (zie
J., bl. 84).
HK 604 Lieve vrient segt mi dat. a gheselle,
HK 607 Maer ie wille wesen vroet. In a ontbr. Maer,
H 612 Hem mochte luttel deren dat, K Eme mag wennych
schaden dat. a Het mochten luttel deren dat.
H 625 Ghestade vrunt, K Stede vrunt, a Goet vrient,
H 632 Pensde hi in sinen moet, K Do dachte hey in s. m.
A Was hi blide in s. m.
HK 638 Dat hi met eeren mochte leven. A Hi souder mit
eeren sijn daech op leven.
a 777 — *8 Ie ben verraden na mijn ghedochte,
O/t mi verleyt [nu b] al/s ghedrochte.
Deze verzen ontbr. in H en K.
Digitized by
Google
42
793* ^^ 794* ^^ denci dat ghi mi saghen telt ^
Waer toe ist goet dat ghi mi quelt ?
Ook deze verzen ontbr. in If en JC,
In andere gevallen vinden we echter overeenstemming tusschen
a en ^, terwijl H afwijkt.
a 521 — *2 Ie neme haar goet met list e
En weet so vast gheen kiste.
K Ich en stelen mit mynen lysten
So we starck sint ere kysten,
H En vinde gheyn soe vaste kiste
En stele haer goet bi liste,
577 — '8 luiden in a: En name hem liever sine have
Dan ie hem die mine gave,
in K: Ich en neme alle syne have.
Mit eynre male ich neman en lave.
maar in H: Ie name hem liever van den sinen
Die ie hem gave van den minen.
a 583 — '4 Eer emmermeer morghen vroe,
Haddicker goede hulpe toe.
luiden in JT: Ee ummer queme morne vro
Hedde ich eyne helpe dar zo.
en in H: Hadde icker eyne gheselle toe,
Eer emmer quame morgen vroe.
aK (}\(} Als dit die coninc st^tt. II Ende als die coninc dit sotcht.
A 629 — *3o Ie mochs mi scamen voor Gode
Men mochs mi gheraden node.
K Ich moestes mich schamen intgaen got y
Ich endoens neit umb geyn geboit.
H In mochts niet wel ghenieten
Uwen raet soe willic vlieten.
A 636 Behouden sijnder eeren, K Ungestolen behalden syn
eren, H Hi soude hem doen soe veel eeren.
A 756 Hi en woudes y K Hey en woulde das. H Elegast en
woude.
Digitized by
Google
43
a 765 — '6 Die (b Hi) was minlic ende mate ^
Hi trac een cruyi uut eenen vate.
K ld en was neit cleyne dan maesse y
Hey beachie cruyi us eyme vasse;
H Hi nam eyn cruyt uut eyne vate.
Dal daerna was ie ghemaie,
waar de verzen dus zijn omgezet als in 521 — *2 en 583— '4.
Verder heeft aK 502 Ende ie mijn, H Ende mjjn; aK 510
Moeten y H Moet; aK 529 voer uut , H voer voren; aK 541
condisey H condijs ; aK 574 achte ^ H late; aK 576 mijn
ghewin, H mijn ontbr.; aK 593 Ten mochten {ld en mochte eme\
H Hem en mochte; aK 599 Dat ^ H Wat; aK 605 stede ,
H steden; aK 626 en com ie, H en ontbr.; a 635 Hi pensde
{K Ind dachte), H doe pensde; aK 637 Hi, H lek; aK 643
Oft hien yewers {K eirgen), H Of hine ; aK 655 Hi heeft,
H Want hi heeft; aK 680 Die coninc beette {buckede\ H Doe
b{eette die c); aK 686 Dit is, H datte; aK 753 souden , H
soude; aK 755 ie «, H ie ; aK 757 quame, H quam; H 763
voegt weer Want aan het vers toe; aK ^1(^1^ proef de y H dede;
a duchte, K vorte y H 'j'jS wane; aK 784 vonde , H vonden;
aK 792 en het vorig vs. U ghelove en is niet vast y ontbr. in H.
Ook zijn er plaatsen, waar a het diehtst staat bij H\
A 473 — '4 Dat sprac die ridder herde saen
Ten is mi ten besten niet vergaen.
H Dat
En es mi ten besten niet vergaen.
Deze verzen ontbr. in K,
aH 478 Soude iet u al maken vroet. K Soulde ieh ueh maehen vroet
bH 480 fijn, K synn,
aH 482 en 493 so\e\ K also,
aH 483 — '4 Als dit die eonine verstoet y
Was hi blide in sinen moet,
K Als dat der konynek al verstoent der gude y
Do wart hey blyde in synem mode.
Digitized by
Google
44
aH 490 al dat, K alle dem dat,
aH 497 Nu sijts {H sijt) seker ende vast. K Nu mogei irs
wael wesen vast.
bH 567 Gheheeten beu ie Adelbrecht. K Ich ben geheyschen A.
K 613 — '4 Ayn hedden wirs uns pert geladen,
ld en mach eme neit schaden.
Deze verzen ontbr. in d^ en H, Enz.; want zoo ontbr. in K
de vss. 513 — '16 en 525 — '6, die in aH eensluidend zijn, en
zijn in A' gewijzigd nog vs. 530, 533— '4, 54.i, 559— '60, 571.
Uit een en ander is af te leiden, dat H, K tn a uit een
gemeenschappelijken tekst zijn voortgekomen, waarvan nu eens
Hy dan a , dan weer K afwijkt. Verzen als dé volgende beves-
tigen dit:
496 a Indien dat ghi mi maket vroet , H Indien dat ghi dit
vor (1. dor) mi doet , K Dar umb dit durch mich doet.
529 a Ende ie voer uut om av., H Ende ie voer voren op av.,
K Int varen us op av.
544 en 668 a Die coninc pens de y H Doe pens de die conincy
K Do dachte Karlle.
607 a Ie wils wesen, H Maer ie wille wesen, K Mer ich
wyl is wesen,
623 a Mijn goet ghenomen ende verdreven , H Mijn lant
ghenomen ende mi verdreven, K Mijn lant genomen
ind verdreven,
779 -^ Elegast ginc daer hi den coninc liet , H Hi ghinc te
coninc daer hine liet, K Hey geynck da hey den
konynck leis.
786 a Mer hi en wiste niet hoe naer, H Maer si en wiste
niet wie naer, K Hey en wyste neirgen wa.
Het hier gevonden resultaat, graphisch voorgesteld, is dus
X
H K
Digitized by
Google
45
III. De verhouding van M, K tn a blijkt uit vs. :
19 MK Hi, a Ende.
93 M Heden meer dais Godc lief, K Synt id Gode is leyff.
a Het sal u naemaels wesen lief,
98 M Hi seide Gods gebot ende sine woorde, K Hey sprach
God geboit id in synem worte. a Gods ghebot ende sine
woerde.
126 -Af (Al)leene sonder ander mans cracht, K Alleyne sunder
ander kracht, a Alleene sonder yetnanis cracht.
Men ziet hier en verder op deze bladz. , dat MK grooter ver-
wantschap hebben dan Ma of aK, voor wier eenheid geen bewijzen
zijn te vinden. Waar Ma overeenkomen , zooals bv. in vs. 98 , is
dit aan eene afwijking van K toe te schrijven.
IV. De verhouding van Ny K ^n a blijkt uit vs. :
943 a Tis wonder dat mijn herte niet en breect. N Hets wonder
dat mijn herte niene breect. K Dat mijn hertze neit en
bricht.
en verder uit de volgende plaatsen, waar we ook -Af ter verge-
lijking kunnen gebruiken:
137 a Als hi dus ghewapent was, N Als hi doen ghewapent
was, K Da hey do gewapent was, M Ende als hi
gewapent was.
152 aN Sonder enich langher beyden, MK Daer en was gheen
langher biden iJC beyden).
166 aN Die coninc Kar Ie {a Kar el) ende seyde, K In gotz
namen ind seyde y M Sonder enich langer beiden.
Vergelijk nog 146, waar AN hebben ingelascht het woordje
al; 155, yf2cai ANgheredeny M ghevaren hcQÜ ; 181, aN Ende
ghi here L. , K Dattu here L.
In 179 — 184 heeft aN een anderen tijd dan K,
911 — 912 ontbr. in aN ; in verband hiermede hebben aN
in het voorgaande en het volgende vs. eene andere lezing
dan K
Digitized by
Google
46
Al zijn de bewijsplaatsen niet talrijk , toch kan men hieruit wel
afleiden, dat ook Na in zeer nauwe betrekking tot elkander staan,
zoodat men dan voor My iV, K, a tn H den volgenden stam-
boom zou verkrijgen:
X
Vele afwijkingen in M komen op rekening van den afschrijver;
soms van den uitgever (vgl. J., Carel ende Elegast y bl. 179 en
boven pag. 3) : J/ 4 heeft slapende (1. slapen), 18 woorde (1. met
aK woerden), 26 bevel (1. u evel)\ na vs. 38 ontbr. twee vss.;
VS. 46 heefl Ofi voorgevoegd ; vs. 62 staat nie geen (1. niegh') \ 74
lascht soe in en heefl alleen (1. allené), 75— *6 ontbr., 81 ten lachire
(1. den lachter), 85 wakede (1. vakede , vgl. 1283), 86 leest d^/f^^ in
pi. V. soe, 102 . .^ ^/ in pi. v. liever ^ lo^ tgene {l, gemene), 105
,.ende (1. Beyde), 112 ben.,stet (1. ben int net), 120 is geheel
verknoeid, 124 en 137 heeft Ende voorgevoegd, in 125 ontbr.
duyster, deemster, 146 sanctorum (1. sconinx), 152 heeft Daer
en was gheen, waar in de andere t. staat sonder enich, terwijl
die andere t. vs. 166 lezen: Die coninc Kar el ende seyde , waar
M heeft: Sonder enich langer beiden, 160 liepen (1. sliepen),
1259 Oft (aK Ende), 1263 .waer (aK is), 1278 be, (1. he^,
1282 niemen (1. menich), 1283 w, (1. z/.), 1397 daer (aK hier),
14 10 gader (aK samen),
In den tekst van N, naar de uitgave van bormans, veroor-
loofde de kopiist zich de volgende veranderingen te maken:
iV 134 wapenen, MK wapen, a wapene,
145 In doden slape. MA BC DE In vasten slape; vgl. vs. 160.
149 Ghinc hi doen met liste. MKABCDE G. die coninc m. 1.
150 hij in viste; andere t. hij wiste.
Digitized by
Google
47
\t^1 portenare: here. MK portenere,
162 Die dor e die b. s. De andere teksten hebben poorte,
165 Doe sat hi op sijn ors ghèreide. Met al de andere teksten
(zie bl. 11) zal men ghèreide voor het subst. moeten
houden % zoodat de lezing van My die ook in A 1320 en
1364 voorkomt, wel oorspr. zal wezen: Doen sat hi op in
sijn gereide.
172 Ende dat na hem was geboren. De andere t. hebben wart.
175 Ende staken u m. e. s. De andere t. hebben si,
187 Aen deser deemster nacht. De andere t. hebben In,
190 Aen u soe keric mi al gader. Soe ontb. in de andere t.
191 Hi was in menegherande gh. Naar de andere t. sou hier
moeten staan menighen,
192 Waar hi beest riden m. De andere t. hebben best \henen\
varen,
193 Daer hi stelens soude b. De a. t. hebben mochte,
903 Hi peinsde hi soude br. v. De a. t. hebben sou[d]t,
920 hanscoen: toe. De. a. t. hebben hanscoe,
937 Haddi daer niet gestaen. Tusschen de beide laatste woorden
ontbr. naar de andere teksten so lange,
939 So sere was hi ververt. Alle andere t. hebben vererret,
941 E. s. : hi en mochs niet. In de andere t. ontbr. hi,
942 Bi al dat God ie leven liet. In de a. t. ontbr. ie,
948 Si hevet nu so groten toren. Blijkens de a. t. is nu ingelascht.
950 Daer ie hedeneer af seide. Naar de andere t. is hier na ie
het pron. u weggelaten.
In 950* ,^« so goet ende so scoene" ontbr. een werkw. : men
leze naar K Ens,
1) Men weet, dat Prof. bormans t. a. p. er anders over dacht: ,J'omis-
sion de op dans ses (jonckbl.) exemplaires ^ en -5 a dü attirer son atten-
tion, mais mon fragment lui expliquera cela: Ie copiste de ces deux textes
a trouvé op (sijn ors) sitfen èt cóté de in sijn ghèreide trop chargé et dans
mon fragment ghèreide est adverbe et c*était bien la pensee du poëte." Het
bedoelde bijwoord heet in den Elegast ook niet ghèreide ^ maar ghereet.
Digitized by
Google
48
951 Dit hout ende ie sal weder gaen. In de a. t. ontbr. ende,
960 Hi $0 sere was tongemake. Naar AK te oordeelen is de
oorspr. tekst Hi ware so seere t.
Er rest me nog iets omtrent K te zeggen, waarover bartsch,
Über Karlmeinei , bl. 388, aldus spreekt: „Diesen Text mussen
wir als den altesten uns erhaltenen betrachten. Freilich hat der
Text. dieser Hs. erstlich eine Veranderung durch den Compilator
(van den Karlmeinet) erfahren und dann ist er durch den Unver-
stand des Abschreibers im fünfzehnten Jh. nochmals entstellt.
Aber auch in dieser Gestalt behauptet er seinen Werth als alteste
Urkunde."
Dat we den len en 3en volzin niet onderschrijven, valt na al
het bovenstaande Hcht te begrijpen. Daarentegen is er geen reden
om den tweeden volzin te wantrouwen: We zullen de onver-
valschte vertaling k noemen. Hierover handelt bartsch t. a. p.
bl. 76 — 87 ; eenige aanmerkingen op zijn betoog mogen hier eene
plaats vinden.
De grond der uitlating van de vss. 49 — 54 moet gezocht worden
niet in eene „unvollstandige Vorlage"; mogelijk wel „im Be-
streben zu ktirzen."
Ongherief lasst der Dichter des Elegast 93* in dreifachem
Reime auf dief und lief reimen. Der Bearbeiter hat nur zwei
Reime dief : lief; es ist nicht unwahrscheinlich , dass er den
dritten wegen des ihm fremden Wortes absichtlich unterdrückte."
Het ontbreken van dit vs. in M bewijst , dat K het niet heeft
uitgelaten. Te recht wordt het in J.*s uitgave gemist : ongetwijfeld
is het door a ingelascht. *)
Uit M blijkt, dat de beide vss. na K 374, 36 niet door
K zijn ingeschoven.
1) Over vss. met drie gelijke rijmklanken zie men o. a. jONqKBL., InL
op den Rein,, bl. XXV en verdam, Theoph,^ Inl., bl. 35.
Digitized by
Google
49
De vss. 303 — '4 zijn in K niet uitgelaten, maar door a her-
haald. Zie bl. 57.
Na VS. 414 heeft K nog twee vss. 379, 60 — 61, die bartsch
ten onrechte aldaar als ingelascht beschouwt: ze zijn veeleer in
a uitgelaten. Dezelfde opm., hoewel met minder grond, geldt op
«ene andere plaats : „nach Elegast 470 schiebt K zwei zeilen ein
do sprach der swarze rittere, so mir Got unse her e, wodurch
471 schon zur Antwort Elegasts Mt." Zie bl. 58 en 61.
Uit If blijkt, dat de vss. 595 — '6 niet in A' na 382, 37 zijn
ingelascht; evenmin de vss. 605 — '6 in K 382, 48 — '9.
De vss. 777 — '8, die in H ontbr., zullen wel niet oorspr.
zijn, waardoor de opm. van bartsch, bl. 84, vervalt. Zie ben.
bl. 70.
Uit AN is op te maken, dat K 387, 47 — ^48 niet uit B heeft
veranderd, maar vrij oorspr. is gebleven.
Door N wordt bewezen, dat K 388, 7 — 8 geen inlapsel is,
maar na vs. 950 in a moet worden ingelascht.
Van VS. II 16 zegt bartsch bl. 81: ^Jiden ist merkwtlrdiger-
weise durch riden ersétzt, wahrend es bei dem Compilator nicht
selten vorkommt. Vielleicht hatte schon seine Handschrift des
Elegast riden'' Uit verschillende plaatsen blijkt echter, dat K
voorliefde voor dit laatste verbum had: in vs. 324 is beschreden
vervangen door gereden; in 384 xaott ghewapeni er voor wijken;
in 734 en 1050 wordt reit gelezen in pi. van voer, en vs. 105 1
{K 389, 41) bekomt het door eene geheele wijziging ook. Het
is dus niet waarschijnlijk, dat er in *t Mnl. riden stond, hetwelk
om de beteekeais bovendien niet oorspronkelijk kan zijn. ^)
1) Ook JONCKBL. spreekt in zijne Aanteek. soms minder juist over K;
bv. vss. 49 — 54 heeten te ontbreken door een „verzien" van den afschrijver.
Verzien is zeker minder de oorzaak dan wel moeite met het rijm of zucht
om te bekorten. Op vs. 261 zegt J.: „het hs., waarnaar II (1. K) bewerkt
werd, had kogke L; op vs. 271; „het hs., door H (\, K) gevolgd, las voer
het (1. bai) vort;" op vs. 1192: „het vb. van A' had kogke, In pi. hiervan
2Aggt men liever: in 261 heeft K koe, in 271 vur bas, in 1192 ko.
BERGSMA, Karel ende Elegast. 4
Digitized by
Google
50
Alle uitkomsten samenvoegende^ vinden we alzoo den volgenden
stamboom van onzen Kar el ende Elegast:
o o
^; Dat X eene omwerking is van den oorspr. tekst O, blijkt uit
VS. 501 Sint dat ie was gkeboren , dat in aUe t. voorkomt en niet oorspr,
kan zijn. (Zie ben. bl. 58.) Hetzelfde geldt van
vss. 554 — '5 Aen mi hebdi gheleyde vast,
Ghestade vrient ende [vaste ff, goede A"] vrede, waar 7/rient
in pi. V. vriende staat.
Mogelijk zijn er meer zulke plaatsen, bijv.:
vss. 63 — 74, welke J. verwerpt bl. 172. Zie ben.
vss. 98, II 40, 1288, wa^over men ben. de aant. zie.
VS. 217. Zie J. bl. 185.
vss. 249 — ^260, waarover J. spreekt bl. 186 en Dr. van vloten, Gids 1840,
I» 47 vlgg.
VS. 322. Zie ben. bl. 57.
vss. 439—443. Zie J. bl. 190 en ben. bl. 60.
VSS. 504 — '5. Zie ben., bl. 62.
VS. 810. Zie ben. bl. 71.
VS. II 89: Om onsen wille (Durch uns ind K^ [die DE\ vele vermach, waar
zoowel J., bl. 201, als verwijs. Bloemt, het „onzinnige" vele door al
vervangen. Zie ben.
VS, 1271. Zie ben. bl. 80.
Digitized by
Google
TEKSTVERBETERING.
Resultaten, in 't vorige hoofdstuk verkregen, zijn o. a. :
I® dat noch Ay zooals hoffmann en jonckbl. hebben geoor-
deeld, noch Ky wat bartsch onderstelde en penon wenschte
nagegaan, aan de uitgave ten grondslag kunnen worden gelegd;
2® dat alleen bij overeenstemming van aKH mtt volkomen zeker-
heid X kan worden bepaald;
3® dat overeenstemming van MN, HK, NK, aH, aM en aK
meer zegt dan gelijkheid van MK en Na :
4® dat eene afwijkende lezing van a, resp. b geen waarde heeft,
wanneer bKy resp. aK eensluidend zijn ;
5^ dat 2? *) en -£ al heel weinig in aanmerking komen voor de
tekstcritiek en men zich ook van C eene overdreven voor-
stelling heeft gemaakt;
6® dat men voor de spelling van het oorspr. gedicht geen zeker-
heid kan bekomen en geen recht heeft daarvoor M als maat-
staf aan te nemen. *)
1) Zeer onjuist is de omschrijving van D als „la réproduction d quelques
retouches prés de la demière édition de Govaert Bac.** Die laatste ed. is C
*) *j^ dat uit de verschillende vonnen niet kan worden afgeleid, dat de
Karel ende Elegast in Brabant is geschreven, zooals J. doet in zijne Gesch,
der Mnl. Dichtk, en in zijne Gesch. der Ned. Lett. (2en en 4en druk).
4*
Digitized by
Google
52
Op deze gegevens steunt de volgende bijdrage tot verbetering.
Vs. 4. L. hier en elders naar alle teksten iTar^/, Kaerle , Karle
of Kaerlle: de vorm Carel komt nergens voor.
Vs. 18. L. naar aMK: Bi den woerden^ die denghel sprac.
J. verandert willekeurig.
Vs. 22. L. naar aK: God die hiet mi u bevelen. J. volgt M,
Vs. 26. L. naar AMK: So £r u evel ghesciet. J. volgt B,
Vs. 11, L. naar bMK: Wapent u ende sit op u paert. J. volgt A,
Vs. 34. L. naar aMK: Haestelike ende niet en spaert. J. ver-
andert willekeurig.
Vs. 35. L. naar aMK: DU verhoerde die coninck. J.*s veran-
dering is willekeurig.
Vss. 38* en 38**. Hi waendet slapende hebben ghehoert
Ende en hielt hem niet aen dat woert ,
die in aK voorkomen, kunnen evenmin worden
weggelaten als bv. de vss. 75 en 76, J. volgt M,
Vs. 46. L. naar aK: Anders hebdi u lijf verloren, J. volgt M.
Vs. 51. L. naar a: Ist alfs ghedroch, dat mi quelt. Vgl.
VERDAM, Mnl, JVdb.1, 336. M, waarnaar J., schijnt
al/s ghedrochte te hebben, wat ook a 777 — *8 (zie
ben.) wordt aangetroffen.
Vs. 54. L. naar AM: Wat node soudemisijn, J. volgt J?. iTontbr.
Vss. 57 — '9. L. naar AMK: Weder coninc no graven,
Die soe rike sijn van haven,
Sine moeten mi sijn onderdaen.
J.*s lezing is gevolgd naar B,
Vss. 63 — 74 beschouwt J., bl. 171 — '2, als eene interpolatie, ook
omdat ze niet in K voorkomen. Maar Jf , dus nu
Digitized by
Google
53
ook y had deze verzen: is er ingelascht, dan moet
X het reeds hebben gedaan.
De beide andere gronden om interpolatie aan te
nemen gorden zwak, de eerste door J.'s eigen woor-
den in de aanteek. op vs. 249 — 260, de tweede
met het oog op vs. 7.
Vs. 76. L. naar aK: (Wat node soude mi sijn dan)
Te stelene ellendich man,
M ontbr. J.*s inlassching van alse, ,^ooals de zin
scheen te vorderen" is willekeurig en ongetwijfeld
verkeerd. Zie de plaatsen, aangehaald bij van kel-
ten. Vondels taaly II, bl. 112 en stoett. Beknopte
Mnl, Spr.y § 7 en § 60, en vgl. erdmann, ünter-
suchungen ü, Otfrid, § 91 — § 93.
Vss. 78 — 82. L. VS. 78 naar aMK: Node brekic sijn ghebot.
J. verandert dit vs., omdat hij het [Toelichtingy
bl. 183) verbindt met het volgende:
„Node brakic zijn ghebot,
Wistic dat hijt mi ontbode.
80 Ie en mochts gheloven node,
Dat mi God te lachtre onde
Dat ie stelens begonde."
Plaatst men echter achter het ie vs. een pimt en
na het 2e een komma, dan is de zin niet ondui-
delijk. Gheloven y vs. 80, vatte men op als loven
(vgl. vs. 154, 279, 406, 717 en 1398): Wist ik,
dat het Zijn gebod was, dan zou ik het niet
kunnen prijzen, dat God . . .
In VS. 80 moet Icy dat in Ma ontbr., even goed
worden weggelaten als in vs. 344, 364, 436, enz.
Vgl. ben. de aant. op vs. 574.
Voor M Si ten lacht.. ^ K des tasters^ A die lacht er y
b den lachter, kiest J. te lachtre. Men leze: den
Digitized by
Google
54
lachiery dat in ^t hs. M ook wel zal staan : in vs. 5
heeft M op /en (mone op den)-, in vs. 153 leest
MONE sateUt, wat sadeUt moet zijn.
In VS. 82 leze men stelen naar aJlfAT, door J.
willekeurig veranderd. Vgl. ook o. a. 890.
Vs. 85. L. naar BM: Vakede hem al luitelkijn. J. verandert
willekeurig hier en elders luiiel{kijn) in lettel{kijn).
Vs. 90. L. naar aMK: Het sal u aen u leven gaen. J. veran-
dert willekeurig.
Vs. 95. L. naar aMK: Met deser talen voer den^hel dan.
J. verandert willekeurig. Voor vs. 94 zie bl. 11.
Vs. 98. Wellicht is Hi seide {MK) door x ingelascht. Zie op
vs. 810.
Vs. 106. L. naar aMK: Sonder mijn ridders ghewant. De in-
lassching van J. is willekeurig.
Vs. 109. L. naar AMK: Als een die niet en heeft. J.'s lezing
is vrij gevolgd naar B {= b).
Vs. III. L. naar AMK: Dat ware mijn wille bet. J.'s inlas-
sching is willekeurig.
Vs. 122. L. naar aK: Den ridderen ende den heeren. J.*s inlas-
sching steunt op M,
Vs. 124. L. naar aK: Wat sal wesen mine tale. J.'s wijziging
berust op M. Voor vs. 125 zie op vs. 187.
Vs. 128. L. naar bM: Dat mi vremde es ende onbecant? J. leest
ès vremtj willekeurig gewijzigd naar A is vreemde,
K verandert.
Vs. 129. L. : Met deser talen ghinck hem ghereiden, het begin
naar aMKy het laatste woord naar AK. {M ontbr.).
Digitized by
Google
56
J. volgt met eenige willekeurige verandefingen R,
L. in 130 c Uiden naar MNAK,
Vs. 137. L. met NK: Alse hi doen ghewapent was. J. volgt M,
Men leze dus (ik zeg dit naar aanleiding van van
HELTENS verandering, MnL Vsb., bl. 93): dlse hi
dóen ghewdpent w5s.
Vs. 139. L. met NK: Daer en wasgheen slot soe goet. J. volgt M.
Vs. 141 is volgens NK: Sine waren alle jeghen hem ontdaen.
J. leest aM.
Vs. 145. L. naar MNKCDE: In vasten slape alsi God woude.
J. volgt AB, In VS. 160 hebben alle teksten, be-
halve B, eveneens alsL
Op deze verbetering is reeds gewezen door bormans
t. a. p. : „il feiut absolument lire avec mon ms. et
méme sans tout manuscrit alst God woude*'
Vs. 152. Hierbij dient te worden opgemerkt, dat J. MK volgt,
terwijl aN lezen : Sonder eenich langher biden,
Vs. 155. J. volgt Jf; aiVluidt: Doen hi ter porten ^^^r^^^fff quam.
Vs. 158. L. naar MNaK: Die luttel wisten, dat haer here. Zie
op VS. 85.
Vs. 165. De lezing van J. verdient de voorkeur boven die van
BORMANS : blijkens de overeenstemming van MaK moet
N hebben gewijzigd. Vgl. ook bl. 47.
Vs. 176. L. naar NK met bormans en met het MnL Wdb.y
i. V. gere:
Ende sloeghen u , dies hadsi ghere.
J. volgt A.
Vs. 178. L. vOiBx NaK: Ontfincdi, Here, doeronsenoet J. ver^
andert willekeurig.
Digitized by
Google*
56
Vs. 179 IS naar K (=z N^ reeds in de Aant,, bl. 185, door J.
opgenomen.
Vs. 182. L. naar NK: Die lach in sine cluse. J. volgt
A (= a).
Vs. 187. L. In deser deetnster^xas^X\ de in Nb ontbrekende
buigingsuitgang behoeft naar AK niet te worden
ingevuld. Zie bv. van helten, MnL Spr, § 299^
opm, d en § 306, opm, c.
Vs. 189. L. naar AK: Oetmoedich God, gheweldich Vader.
J. volgt AB.
Vs. 210. L. af slaen naar bK. J. volgde A,
Vs. 213. L. naar aK: Nemmermeer en ghevalt mi dat. J. ver-
andert willekeurig. De vorm komt ook voor 417, 434.
Vs. 217. Zie boven bl. 50.
Vs. 219. L. naar aK: Omme dat goet, daer hi bi leeft. J. ver-
andert willekeurig.
Vs. 226. L. naar aK: Dat mach mi wel rouwen sere. J.'s lezing
komt in geen der teksten voor.
Vs. 231 luidt bij J. : Ridders, seriante, een ghetal, overeenko-
mende met A, Maar met het oog op
b: Kinderen ende knapen een ghetal
en K: Ritter ind knechte eyn guet getal,
leze men: Ridders ende knapen een ghetal. „Ridders
ende knapen'* is eene gewone verbinding.
Vs. 234. L. volghen si, zooals in alle teksten staat.
Vs. 259. L. naar de betere volgorde in K dan in a.-
Cleder, silver, facelment.
De vorm silver veroorlooft niet het als adj. bij
facelment op te vatten.
Digitized by
Google
57
Vs. 261. L. naar aK: Daer hi die rike liede weet. J.'s uitlating
is willekeurig. In pi. v. rike (a) heeft K hoe. Men
kan daarom met Dr. van vloten, Gids ^ 1860, I,
47 vlgg., ook lezen: Daer hi die hoghe liede weet.
Vs. 271. L. naar aK: Met deser talen voer bat vort, waardoor
de komma achter dit vs. dan wegvalt.
Vs. 282. L. naar aK: Ende quant eenen sonderlinghen pat,
J. verandert willekeurig.
Vs. 297. L. naar aK: Tis al swart, peert ende man. J. veran-
dert willekeurig.
Vss. 299 — 300. J. volgt hier B {=z b). Maar naar AK moeten
ze worden omgezet. Zie bl. 18. Het tweede vs.
komt dan tusschen haakjes. Vgl. de aant. op vs. 573.
Vs. 303 luidt naar AK: Ende die swarte heeft vernomen. Vóór
dit VS. heeft a twee vss. ingevoegd, waardoor ook a 302
verdacht wordt, nu het afwijkt van K, Men verandere
de punt achter vs. 304 in eene komma en leze vss. 302 — '5 :
Als hi bet quant ghehende ,
Ende die swarte heeft vernomen
Den coninc jeghen hem comen,
Doe pens de hi in sinen sin :
J. volgt in VS. 302 Ay en maakt van 303 — '4 wille-
keurig een hoofdzin.
Vs. 314. L. naar AK: Wanen quam hi inden woude? J. ver-
andert wiUekeiuig. BC DE ontbr.
Vs. 322. Alle teksten wijzen op de lezing:
Maer si en seyden niet el.
J. heeft seyden vervangen door daden; het is niet
onmogelijk, dat dit er oorspr. heeft gestaan, maar men
vindt el wel meer als stopwoord gebruikt. Zie Mnl,
Wdb, i. V.
Digitized by
Google
58
Vs. 333. L. naar AK: Waer ie seker van dien. J. volgt £ (= DE),
Vs. 336. L. naar AK: Brenghen wilde inpine. J. volgt B {= b).
Vs. 356. L. naar bK, ook met het oog op A:
Ende wat ghi jaghet ende roect, .
J. volgt A,
Vs. 363. L. naar a: Ende hoe dat u vader hiet. K verandert.
De weglating van dat is willekeurig.
Vs. 366. Men vervange de punt door eene komma.
Vs. 367. Na vergelijking van A: En wistu hoe berechten en
K: Ich en weis is uch we bereichten, verkieze men
de lezing van A boven die van b: Ie en wils u niet
berechten, welke in J. uit B is overgenomen. De con-
structie van aK, door contaminatie te verklaren, is in
't Mnl. reeds gewoon.
Vs. 388. L. naar bK: Dat dorse boghen onder haer been.
J. volgt A.
Vs. 398 is reeds door J. in zijne Aanteek,, bl. 189, verbeterd.
Vs. 400. L. naar AK: Oft ware gheweest een linden loof.
J. leest naar B (=r b\
Vs. 406. L. naar AK: Daer en dranc dore dat rode (bK) bloet.
J.'s verandering is willekeurig. Zie bv. Segh. 2834.
Vs. 412. L. naar aK: So scaerp waren der swaerde egghen.
J. verandert willekeurig.
Vss.414* en 414**. Over deze beide vssi, die na vs. 414 uit
K moeten worden ingevuld, spreekt reeds
J. in de Aanteek,
Vs. 415. L. naar aK: Sal ie Uden mijns namen, J. verandert
willekeurig.
Digitized by
Google
59
Vs. 417. L. naar aK: Nemm^rmeer en ghecreech ie ere. Vgl.
de aant. bij vs. 213. J. verandert willekeurig.
Vss.421 — *2. „For Elegast 421— '2:
End van den orse tumeln dede
Tuschen hem beiden en was ghen vrede,
stehen Kar lm, 380, 2 — 3 zwei ganz andere Verse :
Van dem rosse zo der molden.
Tuschen en was gein. op halden.
Da der Compilator sonst nicht molden : halden
reimt, so halte ich diesen Reim fQr ursprünglich
und der Lesart der Drucke vorzuziehen." (bartsch ,
Kar lm, y bl. 84). Men leze daarom naar K:
Van den orse optie moude,
Jusschen hem en was' gheen ophouden.
Voor deze lezing pleiten ook K^% verandering, vs.
1341 moude : behouden ^ in Jbalde : halden en de
woordenkeus in 1334 — '5.
Vs. 424. L. naar A{K) : Ende sloech enen slach so sere, J. volgt
B (:= C), — In het vorige vs. neme men niet de
lezing van 0, maar van K:
Die swarte galt den heer e y
waardoor de afwijking van a duidelijk wordt.
Vs. 426. L. naar aK: Ende tswert in tween stucken vlooch.
(Vgl. ook vss. 399 en 441), J/s verandering is wil-
lekeurig.
Vs. 430. L. naar bK: Ach arme, dat ie ye ben gheboren,
J. heeft A gevolgd.
Vss. 433 — '4. L. naar K: En hadde noyt gheval, A verandert
gheval in ongheval; b, door J. gevolgd, voegt
voor gheval het overbodige *) adj. goet.
*) Dat geval, evenals andere dergelijke woerden, eene gunstige betee-
kenis kreeg, blijkt nog uit de tegenstelling ongeval.
Digitized by
Google
60
L. verder naar bX: Nocht nemmermeer hebhen en
saL J. laat evenals A hebben uit. De betoning
dezer vss. wordt dan (vgl. v. helten, Mnl,
Vsb., bl. 84):
En Mdde nóyt ghevdl
Nocht nemmermeer hébben en sdl.
Vs. 438. Schrap naar AIC wesen in J/s lezing, die gevolgd is
naar B (= ^)/
Doe docht den cóninc [dat] wésen scdnde.
Het wederpaar luidt AK:
Want Ic ben ydehre hdnde;
in ^; Want ic nu ben ijdelder hande. Zie bl. 19.
Vs. 439. L. naar AK: Op enen te slane, die vor hem helt. In
by waarnaar J., wordt op uitgelaten. Zie bl. 19.
Op enen slaen was eene gewone wijze van zeggen
in 't Mnl.
Vss. 440^*4. J. verandert hier tegen alle lezingen in, omdat
hij den overgeleverden tekst, dus ook den ge-
meenschappelijken van aK onzinnig vindt:
Doe hi sach ligghen tswaert opt velt
In twee stucken ghebroken.
Pens de hi; tis niet ghewroken,
Die enen wille slaen oft deren
Die hem niet en can gheweren.
M. i. behoeft dit niet noodzakelijk te worden ver-
worpen; men wreekt zich niet, indien men iemand
aanvalt, die zich niet kan verdedigen. Zie echter
boven bl. 50.
Vs. 453. L. naar AK: Hoe ghi hiet oft wie ghi sijt. J. verbe-
tert willekeurig. Vgl. 450.
Vs. 457. L. naar bK: Als ic uwen name weet. J. volgt A.
Vgl. de opm. bij vs. 470.
Digitized by
Google
61
Vs. 459. L. naar Ks Of gW mi mdket vróet. J. volgt AB,
Vs. 466. In de Aant., bl. 191 verandert J. dar f 'm dar; echter
zonder redenen: a heeft darf, K mach.
Vs. 467. Alle teksten lezen: Ten {oï En) is sonder nootsake niet.
Eveneens vs. 474.
Vs. 469. L. naar AK: Ie sal u segghen hoet coemt. J. veran-
dert willekeurig.
Vs. 470. L. naar alle teksten; Als ghi mi uwen name noemt.
J. verandert willekeurig. Vgl. op vs. 415 en 457.
Na VS. 470 staan in K twee vss. , die oorspr. zouden zijn :
Doe sprac die swarte ridder e:
Setnmi God ons e here,
waardoor dan vs. 471 woorden van Elegast zouden
worden. Vgl. de aant. op 497. De punctuatie wordt
dan natuurlijk veranderd.
Vs. 473. L. Xïzzx AH: Dat sprdc die ridder hérdesden,Kov^i,y
b verandert. J.'s lezing is willekeurig.
Vs. 481. L. naar HKb: Het soude u dunken al te lanc. J. ver-
andert willekeurig.
Vss. 484 — '6. L. naar HK: Was hi blide in sinen moet
Dant al gheweest hadde sijn
Tgoet dat vliet op den Rijn,
J. volgt A. — Het gebruik van dan na den
stellenden trap is geen bezwaar: zie bv.
FRANCK, Aiex,y Aant., bl. 420.
Vs. 492. J. verbetert de lezing van A, maar zooals is geble-
ken, stemmen HK overeen, terwijl a afwijkt, zoodat
A niet den oorspr. tekst kan hebben. L. naar HK:
Van mi en crijchdijs niet meer toren.
Digitized by
Google
62
Vs. 496. K heeft durch mich. H schijnt te hebben var mi.
a wijkt af. J. leest vor mi, M. i. geeft dor mi (= om
mijnentwil) een beteren zin.
Vs. 497. L. naar HaK: Nu sijts seker ende vast, wat in K
ook aan Elegast in den mond wordt gelegd. Vgl.
boven vs. 471. J.'s verandering in eene herhaling
van VS. 471 steunt op geen der teksten.
Vss.soi — '2. Ongetwijfeld had x, te oordeelen naar HaK:
Sint dat ie Was ghehoren ,
Ende ie mijn goet hadde verloren,
J. verandert vs. 501 naar vs. 430, maar in vs. 430
heeft hij niet de oorspr. lezing: zie boven
bl. 59. Vs. 502 verandert hij willekeurig. Mogelijk
had O:
Sint dat mi moeste gheboren, ^)
Ende ie mijn goet hadde verloren,
waarin Ende dan de beteekenis heeft van Dat,
Vgl. op VS. 533.
Vss. 504 — '5. AHK hebben eenstemmig :
Ende mi die eoninC* hadde verdreven
Karel uut minen lande.
J.'s lezing, ten naaste bij naar B{DE), schijnt in-
tusschen metrisch en grammatisch beter.
De vss. 501 — '11 zijn door J. verplaatst. De lezing vanaZ^is:
498 Here, antworde Elegast,
In wils u niet helen:
500 Daer ie op leve, moetic stelen. (500)
511 Maer so vele isser an, (*Soi)
In stele gheynen armen man,
^) Verdam stelt eene dergelijke verbetering voor in den Seghelijn, Zie
de Nalezing daarop, bl. 182.
Digitized by
Google
.1.
hosc
63
Die bi sijnre pinen leeft.
Dat pelgrijn ofte coman heeft ^
515 LAet ie hem ghebruken wel, (*5os)
516 Maer ie verseker niemant el. (*5o6)
501 Sint dat mi moeste gheboren, (*S07)
Ende ie mijn goei hadde verloren,
^ Daer ie bi soude leven,
Ende mi hadde verdreven (*Sio)
505 Die coninc Karel uyt minen lande,
(Ie salt u segghen, al ist seande)
Soe hebbie mi onthouden
In wildernissen ende in wouden.
Daer si twelve bi leven, (*Sis)
510 Moeten rike lude geven: (*Si6)
517 Bissehoppen ende moniken enz., (517)
M. i. geeft deze volgorde een goeden zin. De
aansluiting van *soi bij 500 en van 517 bij
*5i6 is uitstekend, en de sprong van 500 op
501 is niet minder groot dan van *so6 op *507.
Vs. 520. L. naar HK: En konden ghehelpen hare knapen,
Vgl. Tijdschr, I, 127 en MnL Wdh, i. v. ghe-
helpen , waar Prof. verdam eehter de lezing van A
als de oorspr. besehouwt.
Vs. 521. L. naar HK: Ie stele haer goet met liste. J. heeft de
lezing van a.
Vs. 522. L. naar H{p): En vinde gheen soe vaste kiste. J. heeft
de lezing van a, die waarschijnlijk weet onder
invloed van het volgende vs. heeft verkregen. Tus-
sehen deze beide heeft a twee vss. uitgelaten , waarin
J. volgt, die naar HK luiden:
Noch gheen slot soe vast y
Heerey sprac Elegast,
Digitized by
Google
64
Vs. 533. In pi. van a Ende heeft K Dat, in welken zin men
m. i. ook Ende dient op te vatten en niet als indien ,
zooals VERDAM, Mnl, Wdd., II 644 doet. — Als
zoodanig vat ik ook het Ende in vs. 181, vooral met
het oog op K. Zie ook vs. 502.
Vs. 544. L. naar If/C: Doe pensde die coninc in sinen moet.
J. geeft de lezing van a. Zie bl. 12,
Vs. 547. Prof. VERDAM, Tijdschr. I, 127 1. daer in pi. v. die {a).
a en IC verschillen , If is onleesbaar.
Vs. 555. L. : Ghestade vriende ende vrede. Hierdoor laat zich
de overgeleverde tekst verklaren. Zie bl. 50.
Vs. 559. In de Aant.y bl. 192, verandert J. helft in helt,
met het oog op M 1394. — -^559 heeft echter helft
en mone's lezing is niet boven twijfel verheven.
Vs. 570. L. met b: Ende oec in alle Gk)ds husen. AK schrap-
pen oec, If laat alle weg. J. volgt H.
Vs. 573. L. met A: Den rijcken ende den armen. Vgl. If: lek
stele den riken ende den armen, en K: Dar zo
richen ind armen. J. volgt B, — Dat de lezing van
A juist is, wordt duidelijk, als men het vorige vs.
inter parenth. zet:
lek stele alderhande saken
(In late niemen met ghemake)
Den riken ende den armen.
Vgl. eene dergelijke constructie in Fl, e. BL:
En bleef nerghen in alden lande
Bloeme negheen diere toe dochte,
Hi en bewarf dat mense hem brochte,
No acoleie, no lelie, no rosé, no viole.
Vgl. ook Elegast 10, 22 en 23, 226, 300 (299),
506, 888, 1184, 1322 (1321), enz.
Digitized by
Google
65
Vss. 574 — *S' L. in overeenstemming met 524, 532, 571,
577 ook hier naar H: In achte niet ... en
In late ... of men leze altijd En, Zie op vs. 80.
Vss. 577 — '8. J. volgt Hy waar echter sinen : minen staat. Dat
H intusschen niet oorspr. is, blijkt uit de over-
eenkomst van a en K, 7a^ boven of J. bl. 193.
L. daarom:
In name liever sine have
Dan ie hem die mine gave,
Vs. 580. L. naar HK: Ende hebbe gheleyt menighe dage y
waarin leggen dan liggen beteekent. J. leest als a^
die den Reinaert-tt^t ook hier in herinnering brengt.
Vs. 582. Over J.'s verklaring in 't glossarium zie verdam , MnL
Wdb, II, 1514.
Vs. 584. L. naar aK: Hadde icker eene helpe toe. H heeft
eyne gheselle. J.'s lezing in 583 — '4 is geene omzet-
ting van HAB ; hij volgt aK^ in de onderstelling,
dat H de volgorde heeft omgekeerd.
Vs. 592. L. naar HK: Al haddewijs tien hondert pont. J. volgt
B (= a). Zie bl. 13.
Vs. 599. L. naar aK: Dat wire connen bejaghen. J. volgt H,
Vs. 605. L. naar aK: Ende in wat stede, J. volgt H.
Vs. 612. L. naar HK: Hem mocht e luttel deren dat. J. volgt
A en verandert bovendien luttel in lettel. Zie ook
Tijdschr, I, bl. 128, waar Prof. verdam langs
anderen weg tot dezelfde verbetering komt.
Vsj.613 — '4 zijn door J. met omzetting en verandering aan K
ontleend. K 382 , 54 — *8 heeft :
Der konynck hait so groessen schat,
Eme mag wennych schaden dat.
BERGSMA, Karel ende Elegast, 5
Digitized by
Google
66
6i3 Ain hedden wirs uns pert geladen
614 ld en mach eme neit schaden
Van syme schatze, dar hey lygett.
In plaats van met omzetting en verandering deze
vss. te behouden, beschouwe men ze als eene inlas-
sching; i^ omdat vs. 614, eene bloote herhaling,
niet uit de pen van den dichter gevloeid kan zijn;
2^ omdat ieder een paard had; 3*^ omdat de vss.
voor den zin geheel overbodig zijn; 4*^ omdat ze in
aH ontbreken. In verband hiermede vervalt de
komma achter deren. Het voorz. van bet. ten
opzichte van, wat aangaat.
Vs. 616. L. naar b{A)K: Als dit die coninc seghet. J. volgt H.
Vs. 619. L. naar alle teksten: Hi seyde: dat moet mi God ver-
bieden. J. verandert willekeurig.
Vs. 623— '4. Al heeft hi mi bi quaden rade
Mijn lant ghenomen ende mi verdreven.
Mi ontbr. in ABK en moet daarom worden geschrapt.
Ook is de inlassching niet noodig: mi staat reeds
in het vorige vs., zij het ook in anderen naamval.
Vss. 629 — '30. J. volgt met verandering H. Maar aK stemmen
geheel overeen in het eerste vs. , terwijl K klaar-
blijkelijk om 't rijm in het tweede is veranderd*
Men leze dus naar A (=l a):
Ie ') mochs mi scamen voer Gode.
Men mochs mi gheraden node.
Prof. VERDAM komt langs anderen weg weer tot
dezelfde uitkomst. Zie Tijdschr. I, 128. Over de
bet. van ghenieten en J.'s conjectuur spreekt
VERDAM, Tekstcrit.y bl. 32.
1) Natuurlijk is In bij penon eene druktout.
Digitized by
Google
67
Vs. 632. L. naar If{J^): Pens de hi in sinen moet. J. volgt A,
Deze laatste lezing schijnt door a aan vs. 484 te
zijn ontleend.
Vss.635 — *8. L. 635 naar ^^-^.' Ende pensde, mocht hi keren,
636 „ AK{H): Behouden sijnder eeren,
637 „ AK: Hi souden goets soe vele geven,
638 „ HaK: Dat hi met eeren mochte leven.
J. volgt in 637 H en schijnt daarnaar de voor-
afgaande vss. te hebben veranderd.
Vs. 643. J. leest (en evenzoo Prof. verdam in 't MnL Wdb,):
Oft hine elwaert wilde leden.
In de Aant. zegt J. : „-ö' (1. K) heeft ook eyrgen
woulde leyden. Blijkbaar hebben allen 't mis." — Toch
is het veiliger de gemeenschappelijke lezing te volgen:
het voorstel van Karel om bij den koning te stelen is
afgeslagen en nu vraagt hij aan Elegast, of déze hem
dan ergens kan brengen,
Oft hlne yewers wilde leiden.
Vs. 650. L. naar HKb: In weet oft ghijt secht in scerne.
J. volgt A.
Vs. 669. L. naar HK: Na dien dat ghescepen stoet. J. veran-
dert naar A,
Vs. 675. L. met AK: Te stelene Eggerics scat. J. volgt
B (= b).
Vs. 678 luidt in K: Eyn wenych me dan eyn gezelt.
in H: Luttel . . . (het verdere ontbr.)
in a: Op haer orssen wel ghestelt.
Of J.'s lezing: Op haer orsen haren telt wel de oor-
spronkelijke is, valt dus te betwijfelen. Ook elders,
bv. VS. 693, vertaalt K luttel door eyn wenich. Men
leze liever : Luttel mee dan haren telt, Vgl. bv. Ferguut
157: Doe reden si mee dan haren telt,
5*
Digitized by
Google
68
Vss.683— '4- L- naar alle teksten:
Die coninc nam tcouter in die hant.
Vs. 685. L. naar HK: Ende pensde in sinen moet. J. volgt AB,
De punt achter het vorige vs. moet in verband
hiermede vervallen.
Vs. 689. L, sulke naar alle teksten.
Vs. 692. L. naar HKb : Met den sporen vaste. J. volgt A,
L. in 693 luttel.
Vs. 698. L. naar HK: Sprac Elegast , waar J. de lezing heeft
van a, en verder naar HKACDE: Hier wil lic
sijn , waar J. de woorden van b heeft overgenomen.
Vgl. ^ 102 , bl. 36. De / in ^ is ongetwijfeld eene
drukfout, evenals in VS. 102 , 646, 698, 1210, 1308.
Vgl. boven, bl. 7 — 9. Daardoor krijgt dan willen
de gewone bet. terug en vervalt het vb. bij van
HELTEN, MnL Spr., § 234, Opm.
Vs. 700. Wat dinct u ghedaen te recht ( : Adelbrecht). Aldus
leest J., daarbij in hoofdzaak A volgende, die zich
dit rijm uit vss. 567*— *8 zal hebben herinnerd. bR
althans hebben eene andere lezing (zie bl. 39):
Wat dunct u ghedaen dat best?
Vs. 702 zou naar H luiden: Het waer mi leet , g. u. s. J. volgt
a, K verandert.
Vs. 706. L. naar alle teksten: In quam noit binnen der salen.
J., gevolgd door Prof. verdam, Mnl, Wdb, i. v.
bin^ heeft dit willekeurig veranderd.
Vs. 707. L. naar K (= DE): Nocht in den hove, ^a/ik weet,
waarin dat de beteekenis heeft van zoover. De lezing
van J. (= d) heeft geen zin.
Digitized by
Google
Vs. 718. L. naai dX: Si bonden //<35^r haer orsse snel. (Ziebl. 39.)
J. volgt A,
Vss. 721 — '2 had wasLTSchi}n\ï]k pecken : trecken^ waaruit zich de
afwijkingen van K brecken : recken en a pieken :
trecken (b pieken : trieken) beter laten verklaren
dan uit breken : reken oi peken : reken ^ zooals J.
heeft. Vgl. ook vs. 730, waar de wisselvorm van
peeken in *t rijm op stieken voorkomt.
Vs. 727. L. naar alle teksten sule en in vs. 729 sulken,
Vs. 730. J. laat mede uit, dat echter in alle teksten voorkomt,
en vervangt dit ex conjectura door mure ^ dat in
K wordt aangetroffen. Men leze , ook met het oog op
VS. 721 : Daer men mure met soude pieken.
Vs. 733. L. is naar alle teksten.
Vs. 734, K heeft: op mijn bejach. Vgl. vs. 529, waar ook in
HK opy in A weder om wordt gevonden.
Vs. 743. L. naar bK: Moghen wi daer nu in gheraken. J. ver-
andert willekeurig.
Vs. 747. K heeft: Dat hey dar zo keirde syne lede
(Dat (Dan) id konyng Karlle dede).
Deze betere lezing is, ook met het oog op het
plaatsvervangende dede in (477), 798 en 1131, te ver-
kiezen boven die van a^ waarin keerde voor het be-
kende dede zal hebben plaats gemaakt, Qvtmh proef de
in VS. 764.
Voor keer en =. „aanwenden, gebruiken" zie men bv.
OUDEMANS, Mnl. fVdb,; over de vervangende kracht
van doen spreekt o. a. franck, Alex., bl. 433.
Vss. 751 — *2. L. liever naar K: Doe hi , . . hadde , i^ omdat er
juist over Elegast is gesproken, 2° omdat in
Digitized by
Google
70
VS. 753 alle teksten si hebben , dat anders door
samentrekking licht zou zijn weggelaten.
Vs. 756. L. naar AK: Hi en woudes niet ghehinghen. J. ver-
andert H naar b,
Vs. 762. L. naar aHK: Elegast ghinc in. J.'s verbetering steunt
op geene enkele lezing.
Vss. 763 — '6. L. naar aK^ verbeterd door Prof. verdam , Tijdschr,
I, 126. Naar AH zou echter het ie vs. luiden:
EUgast conste behendichede.
Vs. 769. L. naar aK: Wat hanen crayen ende honde bilen.
J. volgt H,
Vss. 777 — '8 ontbreken in HK en dienen daarom te worden
geschrapt. In a zijn ze dan ingelascht. Zie bl. 49.
Vs. 779. L. naar aK: Hi ghinc, daer hi den coninc liet, J. volgt
H. Zie bl. 44.
Vs. 781. L. naar bHK: Ende seide ^ wat hi hadde verstaen.
J. volgt A,
Vs. 786. L. naar aK: ht, naar aHK: wiste y alzoo:
Maer hi en wiste niet hoe naer.
Hi is Elegast; haan en hond hadden van hunne
onwetendheid op dit punt niet gesproken. J. leest
si naar H en brengt dan het werkwoord daarmede
in overeenstemming.
Vs. 791*. L. naar alle teksten {aHK):
Soe en is u ghelove niet vast. —
En in aK^ dus ook in Xy staat verder:
791** ü ghelove en is niet vast;
792 Hoort dan ghi, sprac Elegast.
J.'s uitlating én verandering is willekeurig. De bet.
van ghelove geeft geen bezwaar. Zie MnL Wdb.
Digitized by
Google
71
Vss. 793 — *4. L. : Hi (naar HaK) stac den coninc in sinen mont
Een cruut, daer hi (naar 1^) vor hem stont.
Het laatste vs. is aldus reeds verbeterd door
VERDAM, Tijdschr, I, 127, MnL Wdb, II, 23.
J. leest, gelijk b: Ende stac, en gelijk a: dat
daer vor hem stont.
Vs. 804. J. volgt B (:= h) met invoeging van die. Naar AK
moet echter ook coninc worden geschrapt. Men leze
daarom: Doe seide Kar el: Tfil
Vs. 805. L. naar -^A'.- Gheselle, sidi vervaeri ? J. volgt -^ (;=^).
Vs. 806 worde gelezen:
Ie wdende [dat] ghi cóender weert.
Waarschijnlijk is dat door x ingelascht. Vgl. vs. 332.
Vs. 807. Men kan lezen naar b[K): Doet u dinc ende laet ons
gaen, A wijkt af: Doet dat ghi seyt y laet ons gaen.
Hiervan maakt J. (waarnaar penon) Doet dat ghi seyt ^
koet mach vergaen, doch is in de Aant, geneigd de
voorkeur te geven aan de lezing van K: Doet ur dynck
off laist uns gaen^ wat een zin oplevert, „die in H
(1. A) B ontbrak." In verband met het volgende vs.
in J. : Al sonde men ons beden vaen , kan men echter
niet zeggen , dat K een zin oplevert , want als ze heen-
gaan, hebben ze geen nood gevangen te worden. De
lezing van b is echter mogelijk : gaen is dan op te vatten
als beginnen y aan V werk tijgen.
Men kan echter den tekst ook anders opvatten en wel
naar Ky met verandering van von kellers punctuatie :
Doet u dinc oft laet ons gaen.** —
„Al soude men ons beden vaen,"
Sprac Elegast y „ie sals beghinnen.'* —
Vss. 8 10 — *3 leze men: ^^Laet sieny W2ii ghi daer an sult w'vrmtn.
Ghevalty dat men ons wille vaen,
Digitized by
Google
72
Ie sal alse wel als ghi ontgaen." —
Elegast eischte sijn cruut weder.
De verandering in 8io en 813 is naar de lezing
van alle teksten ; de verdere wijzigingen zijn naar K
gemaakt (in a ontbr. 811 — '2). J/s veranderingen zijn
bloot conjecturen. Over laten met eene onb. wijs
zie men verdam, Tekstcrit,^ bl. 46 — '7. Waar-
schijnlijk zijn dit woorden van Elegast. De herstel-
ling van 813 *) versterkt echter de mogelijkheid der
opvatting, dat de beide voorafgaande vss. (indien
ze niet door K zijn ingelascht) door Karel zijn
gezegd. Over de weglating in dit geval van Karel
seide vgl. men Dr. kalff's Inl. op den Flovent y
bl. 187 en de daar aangehaalde plaatsen. Zie ook
beneden op de vss. 965, 1140, 1288 en 1338 en
hiervoor op vs. 98.
Vs. 827. L. naar alle teksten: is,
Vs. 830. L. naar alle teksten: Ie hebbe u cruut ghestolen.
J. verandert willekeurig.
Vs. 833. De lezing naar K^ Mettien liet Elegast die tale, is
daarom beter, omdat dan hi in de volgende vss. dui-
delijk wordt. J. leest als a.
Vs. 839. L. naar AK: vanden sak.
Vss. 845 — '6. L. naar AK: Ende hdelde énde bróchte
en naar bK: Alse véle dis hem dóchte.
J. volgt in *t ie vs. ^, in 't 2e A,
Vs. 854. L. naar hK: Die costlijcheit vanden ghereyde. J. volgt A.
1) Men accentueere dit vs. aldus:
Elegast éischte sijn cruut weder.
Vgl. v. HELTEN, Mnl. Fsd., bl. 59, waar J.'s lezing wordt aangehaald.
Digitized by CjOOQIC
73
Vs. 862. L. naar alle teksten (alleen C wijkt af): bi der kelen.
Vgl. VS. 908. J. leest willekeurig.
Vs. 864. L. naar ABCDE: Hi hadde eer ontbeert der vrame.
J. verandert willekeurig; zie v. helten, Mnl, Spr.,
§ 158, of FRANCK, Mnl, Gr., § 172.
Vs. 884. Vgl. bij J.'s aant. verdam, MnL Wdb. I, 874. In K
schijnt besweren als beswaren te zijn opgevat.
Vs. 888. L. naar AK: Dat si conste ghe wachten. J. is gelijk b.
Vs. 891. L. naar alle teksten: Vrouwen list is menichfout.
Vs. 892. L. naar bK: Sijn si jonc o/t sijn si out. J. volgt A,
Vs. 893. Naar AK moet daer worden geschrapt. J. volgt JB.
Vs. 895. L. naar bK: Hi had haers broeder doet ghesworen.
J. volgt A (zie bl. 39).
Vs. 899. L. naar bK: Hoe si hieten ende wie si waren. J. volgt
A, — A mag gaarne het voegwoord weglaten: Zie
de aant, op vs. 807, 892 ; vgl. ook vs. 33 (zie bl. 38).
Vs. 904. Schrap valsche naar NKr], is gelijk a,
Vs. 906. N heeft : Si antworde. In K kan dit zijn omgezet door
de voorvoeging van do. Vgl. ook vs. 842 , waar K leest
Sy weren y en 892, K Si syn, enz. Zie op vs. 11 84.
Vs. 908. L. bi der kelen naar NK; vgl. vs. 862 en loi.
Vss. 911 — '2. Te recht m. i. zegt bartsch, über Kar lm. y bl. 81 :
„Der Bearbeiter (van K) schiebt ein Reimpaar ein ,
indem er soulde auf \üoulde reimen lasst und statt
houde sagt mit der vart y ein bei ihm gewöhnliches
Flickwort, das hier auf unbewart reimt.** — Men
Digitized by
Google
74
schrappe daarom deze vss. , die J. aan K ontieende ,
en wijzige nu vss. 910 en 913 naar aN:
Dan ie dat ghedoghen soudel
Eggherick sloech also houde enz.
Vss. 91 8 — '9. L. naar NK: Elegast, hi naems goem *)
en naar alle teksten: Ende croper liselike toe.
J. verandert willekeurig.
Vs. 920. L. naar A CNK: In sinen rechten hantscoe. J. volgt B.
Vs. 922. Omdat het in A CNK voorkomt , mag laten hier evenmin
als in vs. 1228 worden geschrapt. (Vgl. jonckbl. , Aant,)
Daar komt bij^ dat het causatief schouwen alleen in
*t vroegere en latere Engelsch vóórkomt.
Vss. 923 — *4. Al komen AN ook geheel overeen , toch volgt J.
in de Aant., blijkens bl. 45 te recht, in hoofdzaak
de lezing van dK,
Vss. 925 — '7. L. naar NX: Daer na seide Elegast een bede^
Daer hi mede slapen dede
Eggheric ende die vrouwe.
J.*s lezing is eene verandering van A.
Vss. 929 — '30. L. naar NK: Dat si sliepen her de vast.
Doen so stal hem Elegast.
J. volgt A,
Vss. 936— *9. L. het eerste naar iV^.- Omaltgoet^ dat E. brochte.
J. volgt AB. En het tweede, waar J. AB wil-
lekeurig verandert, naar NK:
Haddi daer niet langher ghestaen.
*) A verandert dit vs, naar vs. 1224. Dat bNK 6.t oorspr. lezing hebben,
wordt ten overvloede bewezen door Ie Restor du Poon:
Basins passa avant et si s'agenoilla.
Si re9ut en son gant Ie sanc k*elle saina.
Digitized by
Google
75
Deze beide vss. behooren bij elkander , dus leze
men met verandering der teekens:
935 Toten coniac, dien {aK die) sere verdochte.
Om al tgoet, dat Elegast brochte,
Haddi daer niet langher ghestaen,
verder naar aK: Hadt na hem moghen gaen:
en naar NAK: So sere was hi vererret,
J. verandert het voorlaatste vs. zonder daarvan
de reden mede te deelen en volgt in 't laatste
B (= b).
Vs. 943. Men leze naar K: Dat mine herte niet en brect. J.'s
verandering van dat in of is willekeurig en verklaart
de varianten niet : Tis wonder y dat mine . . . (aN. Zie
boven bl. 45). Dat bet. hier indien: verdam, Mnl.
IVdd., II 86.
Vs. 945. L. naar J^K: Sone brect si nemmermeer. J. volgt A.
Vs. 946. L. naar NK{A): No dor rouwe no dor seer. J.*s lezing
is die van h
Na VS. 950 ontbreken in a en bij J. twee vss., die naar NK
moeten luiden:
Ens so goet ende so scone
Onder Gode van den trone. Zie bl. 47.
Vs. 953. Uit N doet steken ^ a doden ^ K erstechen mag men
misschien afleiden, dat y doet steken en x steken had
evenals in vs. 983.
Vs. 957. L. naar NK: Ende ie sal weder keren sciere. J. volgt a.
Vs. 961. L. naar N: Va en sidi gans ende ghesont. Dan is de
verandering van A!' begrijpelijk : Hey sprach: ir syt
gesunt en wordt het vers zuiverder en onberispelijk
Middelnederlandsch. J. volgde A,
Digitized by
Google
76
Vs. 904. L. naar alle teksten: Ay Her el hets al ander dinc.
J. verandert willekeurig.
Vs. 965. Sprac hi moet worden geschrapt: het ontbr. in aNK
en is overbodig bovendien. Zie boven op vs. 810. Toch
zou men A met het oog op het volg. vs. eene betoonde
lettergreep langer wenschen. Men leze daarom naar N:
Dat miere herten sere deert. Vgl. ook K^ waar sere
als subst. moet zijn opgevat: myns hertzen ruwen.
Vs. 966. L. naar a: Ende minen droeven sin verteert (K ver-
veert). J.'s weglating van droeven is niet te verde-
digen. K heeft bedroefften,
Vss.982 — '7 zoude men ook kunnen lezen:
Hoe so waendi dan ontgaen,
Of ghine staect met enen cnive,
Daer hi leghet bi sinen wive?
985 tHof soude verstormen *) al ,
Ghi en had meer dan gheval:
Ghi sout saen hebben becocht
Ende u lijf ten ende brocht.
In K (kl) staan 983 — '4 in omgekeerde orde; vgl.
echter de schikking in 953 — '4.
Vs. 1034. L. naar A{b)K: ghedroech, J. verandert willekeurig.
Vs. 1042. Naar K: Nw hoert wat ich uch sal ertzellen,
b: Ende hoert wat ie u sal vertellen,
en A: Nu sal ie u vertellen
leze men : Nu hóórt wat ie u sdl vertéllen , rijmende
op: Daer ghi liet u ghesellen.
J.'s lezing: JVu sal ie u vort tellen is willekeurig.
*) Verstormen^ ook intr. Segh. 6277.
Digitized by
Google
Vs. 1043. L. naar AK: Voert vor u ons bejach. b luidt: Voert
met u onser beider bejach. J. legde deze laatste
lezing aan de zijne ten grondslag.
Vs. 1057 luidt in aK: Soude recht na rechte gaen. Er is m. i.
geen reden dit te veranderen.
Vss. 1063 — *4. L. naar AK: Hi hddde sijn wdpen df ghedden,
en naar j^.- Doe wds die wdchtér ghestden . . .
J. heeft in 't ie vs. de lezing van by in 't 2e
van a. Zie bl. 24. Vgl. voor het ie vs.
v. HELTEN, Mnl, Vsb,y bl. 99, waar hij eene
andere verbetering voorstelt.
Vs. 1080. Men schrappe aly dat in geenen tekst voorkomt.
Vss. 1081, 1168, 1199. De teksten hebben als,
Vs. 1084. ^ontbr.jff heeft: Ende dat doer haren gherechtenheere.
CDE: Ende helpe[n] haren rechte [n] heere.
J. volgt A: Ende daer toe haren gherechten heere.
Over de weglating van si leze men jonckbl. , Mnl, Ep,
Vsb, 93, en vooral verdam , Tekstcritiek , bl. 19 vlgg.
Vs. 1088. J. volgt a; K heeft echter u in pi. v. ons y wat in
verband met vs. 1082 beter is.
Vss. 1097 — '8 luiden in K: De uch dan wouUen holen oft slaen,
Den moes id ovel ergaen.
In a kan hebben gestaen: Die u daer wille slaen oft deren y
Wi sellene wel weren. Zie boven.
J. leest: Die u daer wille slaen,
Het sal hem qualike vergaen.
Tegen deze lezing is aan te voeren , dat er in 1097
blijkens aK twee infinitieven hebben gestaan; dat
men daarom, ^volgende, zal moeten lezen : deren
oft slaen; maar dat dan de omzetting en veran-
Digitized by
Google
78
dering van a niet kan worden verklaard; dat evenwel
de lezing van a voor K eene reden tot verandering
kon zijn, want dat in K y^deren mit Ausnahme
einer einzigen Stelle, vs. 443, durchgangig entfemt
wurde." (Bartsch, Kar lm, y bl. 80).
Men behoude daarom de lezing van a,
Vs. HOI. Alle teksten hebben: Dese[n\ raet. Men schrappe
verder wesen naar bK (zie bl. 39) en leze dus;
Dese raet dochten goet,
J.*s verandering is willekeurig.
Vs. II 14. L. naar bK: Te sconincs hove. J. volgt A.
Vs. II 19. L. vant , ook met alle t.
Vs. 1125. L. met b: Daer na quam Eggheric ghe varen,
of naar K^ Eckerich quam her na gefeiren ,
Eggheric quam daer na ghevaren.
Het volgende vs. luidt va b:
Córtelijck métter Idetster sc^en,
maar heeft in AK drie heffingen, hoewel beide
mogelijk hebben gewijzigd.
A luidt: Al mitter lester scaren,
en K: Mit eyner groesser scharen.
Vs. 1131. J. verbetert als DEy maar naar ABCK dient men
te lezen: Men vincken, alse dandre mede ^ d. i. men
ving hem, alsmede, als ook de anderen. ')
Vs. 1134. L. naar AK: Men léidené in ddt pal^. J. volgt b,
Vs. 1136. In pi. van Des (a Dat) heehK Doe, wat een goeden
zin geeft. J. verandert willekeurig.
>) Verg. het fVdö. der Ned, taal^ II, 275 op alsmede.
Digitized by
Google
79
Vs, 1138. L. naar A: Hi en woudes een niet horen. In -^ is
een uitgelaten, h leest:
Maer hi en wilder niet af horen.
En hiernaar heeft J. weer veranderd. — Vgl. voor
het gebruik van dit onbep. voomaamw. een vs. 995,
Vs. 1140. Dr. VERWIJS, BloemLy laat hier en in vs. 1288 Ende
seide weg, hoewel het op beide plaatsen in alle teksten
voorkomt. Waarschijnlijk is het door x er in gebracht.
Zie bl. 72 in de aant. op vs. 810.
Vs. 1153. Naar bK zou men moeten lezen:
Ende sende na Elegaste.
Vss. 1161 — '2 ontbr. in K, Naar den tekst der incunabelen zou
men moeten lezen:
Die beden en letten (A lieten) nfet.
Si ddden ddt hem die cóninc hlet.
J.'s inlassching in 't ie vs. was wellicht metri causa.
Waarschijnlijk heeft echter het 2e vs. oorspr. geluid
(waardoor ook de maat wordt hersteld):
Sine daden ddt hi hem hlet.
Hi toch is door het onmiddellijk voorafgaande
hi (1160) volkomen duidelijk. Ook wordt dan
vs. 1165 beter.
Vs. II 70. Naar bK luidt dit vs. : Sonder eenich langher beide,
J. volgt verkeerdelijk A.
Vs. II 77. L. naar bK: Hi en begheerde gheen ander goet.
Vs. II 84 moet inter parenth. staan. De woordschikking in het
volgende vs. behoeft niet te worden veranderd (evenmin
als in vs. 11 69), zooals verwijs, MnL BloemL doet.
Zie op vs. 906 en vgl. bv. erdmann, Grundzüge § 211.
Vgl. ook bv. vs. 754.
Digitized by
Google
80
Vs. 1190. Naar aK moet men lezen Die in pi. v. Hi, Door
VERWIJS is het weggelaten. Ter verdediging van vele
in 't vorige vs. (zie bl. 50) zou de vrijmoedigheid
kunnen worden aangevoerd, waarmede in vs. 80 en
II 94 gesproken wordt. Ook in vs. 1293 is «/ willekeurig.
Vss. 1201 — '2. Men vatte laten op als „verlaten, in den steek
laten" (zie bv. Ferg. en Rijmb,, Gloss,), en
behoude de lezing van alle teksten:
Mder hi en hads die macht niet:
Daer was menichy die hem liet,
Vs. 1205. Zie MnL Wdb. i. v. bemanen,
Vs. 12 19. L. naar ABK\ Dat sijt dorste anden.
Vs. 1266. M. i. behoort het punt achter Ijet volgende vs. te
staan. — In alle teksten heet het laatste woord van
1267 noeneny een vorm, die op grond van verschil-
lende samenstellingen in 't Mnl. en Mnd. mag worden
aangenomen.
Vs. 127 1. Alle t. lezen campy wat minder goed is dan crijt,
(Zie boven, bl. 50.)
Vss. 1273 — '4. Men leze naar aM: Den camp ende tgevechte
Na redene ende rechte,
Ky waarnaar J., moet hebben veranderd: het
werkw. ghewaeren is ook reeds verdacht *).
*) Prof. VERDAM Mnl, Wdb, i. v. citeert van dit Mnl. (?) woord nog twee
andere plaatsen, die even weinig overtuigend zijn. De eene is uit den
St. Servaes^ die, zooals men weet, in een onder Md. invloed gewijzigd
Limb. dialect is geschreven; de andere uit de MnL Statuten der Duitsche
orde, uitgeg. door d'ablaing van giessenburg, eveneens een Hoogduitsch
gekleurd geschrift, blijkens vormen als van weme (van wien), na deme
(nadat;, na dier ghescefden noetdorften (,^aar de bepaalde behoefte"), lidere
(leden), te gheveliker tijt (op een geschikten tijd), winacht (kerstmis) enz.
Digitized by
Google
81
Vs. 1275. L. naar alle teksten {aMK):
Die coninc trooste Elegast wel,
Vs. 1283. L. naar alle t. luttel gelijk elders.
Vs. 1288. Zie VS. 1140. — L. verder naar alle teksten:
God door u goedertierenhede.
Vs. 1296. J. volgt a, In K ontbr. vijf.
Vss. 132 1 — '2 zijn door J. omgezet „om de logische volgorde van
den zin. Hij stijgt te paard en wapent zich, welke
twee niet door een tusschenzin van elkander mogen
gescheiden worden." Vgl. echter de aant. op vs.
573. De lezing van den tekst: Nu naket enen
groten stride , eerst door verwijs, Bloeml.y veran-
derd in : Nu naket ene grote stride , later door J.
in: Nu naket tenen groten stride , kan behouden
blijven. Zie Ferguut , Gloss. en vgl. bv. de vol-
gende plaatsen, genomen uit ^^Dat lijden ende die
passie O. H, /. C* : Want et hoer hoechtijt naecte
(bl. 2), het naect den tijt mijnre passien (bl. 20),
het naect den avont (bl. 65 en 81).
Vs. 1324. L. naar aK : met grooter geere. b heeft grooten y
evenals J.
Vss. 1338 — '9. L. naar alle teksten:
(Ende seide:) Nu sal ie u doden beyde
Elegast y u ende u paert.
Over de tusschen haakjes geplaatste woorden
zie men op vs. 1140. Vs. 1338 rijmt op:
Dat hi trdc uter scéide.
Vs. 1358. Bij J. is bi rampe ( : campe) vervangen door met
scampe. Was dit oorspr. , dan zou K niet hebben
veranderd (zie J. , bl. 204). Karlm, 258, 63 heeft
schampe : kampe en ook in de bewerking van den
Elegast 394, 9 schamp : kamp.
Digitized by
Google
82
Vs. 1359. L. naar alle teksten: Dit in pi. van Dat,
Vs. 1361. Naar AK moet hi worden geschrapt. J. volgt B (= V),
Vs. 1381. L. naar alle teksten: Énde dit Idnghe ghevéchte.
J. verandert willekeurig.
Vs. 1388. In a staat : Elegast die , , , ^ in K ontbr. zoowel hi
als die. Men volge de lezing van a of van K,
Vs. 1393. L. naar alle teksten: So dat hi hem rovede. J. veran-
dert willekeurig.
Vs. 1398. L. naar MK: Met rechte magh ie u laven, A ontbr. ;
by waarnaar J., heeft wel ingelascht.
Vs. 1406. Het —at van M kan geen lezing scat verdedigen ,
omdat het niet zeker is, dat er werkelijk — at staat;
zes yss. verder geeft mone ook — at, waar ongetwijfeld
„do^/" moet worden gelezen. Mogelijk staat hier ook
— ety waardoor dan het guet van K verklaard is.
Vs. 141 3. L. gonne in pi. v. onne. Er is geen reden van de
lezing, die alle teksten hebben, af te wijken.
Digitized by
Google
Digitized by CjOOQIC
Digitized by
Google
Jtizedby Google
Digitized by
Google